Na het casinokapitalisme, de casino-economie: hoe Las Vegas model staat voor onze toekomst

[PICTURE|sitecpic|lowres]Wie wil weten hoe de toekomst van het kapitalisme er uit zal zien, reist best naar de woestijn in Nevada. Daar heeft men het oude Las Vegas met haar goktafels en croupiers ingeruild voor een stad vol fabelachtig winstgevende, automatische en fonkelende gokkasten. De Britse 'Undercover Economist' Tim Harford ziet vele gelijkenisen met wat ook in andere economische sectoren aan de gang is:


De digitalisering van het gokken heeft drie innovaties mogelijk gemaakt, die samen verantwoordelijk zijn voor de absolute dominantie van de gokkast in het Las Vegas van 2014. Deze innovaties beginnen nu ook hun stempel op de rest van de economie te drukken:




  • Opzettelijke verwarring. Casino’s lijken wel doolhoven. Je loopt er keer op keer in verloren en stoot overal op verleidelijke gokkasten. Maar denk ook eens aan je laatste bezoek aan IKEA, de talloze onontcijferbare belplannen van je gsm-provider of aan de uiterst ingewikkelde financiële plannen die banken en fondsenmanagers je proberen op te dringen en je beseft dat Vegas meer model staat voor ons economisch stelsel dan meestal wordt aangenomen.




  • Opzettelijke verslaving. Gokmachines zijn niet ontworpen om je snel van je geld af te helpen, maar eerder om je langzaam verslaafd te maken door je constant met audiovisuele signalen te prikkelen. Naast gokkasten gebruiken ook sociale netwerken deze strategie om hun gebruikers in een trance te brengen en hen te doen blijven klikken. Wie regelmatig Facebook bezoekt zal moeten toegeven dat daar weinig interessants gebeurt. Dat we er keer op keer opnieuw naartoe surfen bewijst enkel het marketinggenie van de ontwikkelaars ervan. 




  • Speelgeld. De gleuven van moderne gokkasten aanvaarden geen munten meer, maar gewoon je bankkaart. Dit zorgt er niet enkel voor dat je je ‘flow’ niet hoeft te onderbreken om geld te wisselen, maar het is ook psychologisch belangrijk. Niet met cash, maar met ‘credits’ werken, vertroebelt immers je beoordelingsvermogen. De analogie met kredietkaarten is dan ook snel gelegd.




Hoewel het op het eerste zicht een uiterst zorgwekkende trend lijkt, is Harford niet al te pessimistisch over de ‘Vegasisering’ van de economie. De meeste mensen zijn immers geen speelballen van gewiekste marketers en vinden, ondanks al de manipulatie, hun weg in de IKEA-doolhof, houden hun uitgaven op krediet beperkt en raken niet hopeloos verslaafd aan Facebook.


Bovendien is het onduidelijk hoe politici de gevaarlijkste trends van de vrije markt zouden kunnen aankaarten zonder ook de ontegensprekelijke voordelen ervan te fnuiken. Desalniettemin loopt zelfs de blauwste vrijemarktideoloog wellicht niet zonder enig gevoel van ongemak rond in Las Vegas en toont het rijk van 'koning gokkast' aan dat de onzichtbare hand ons soms ook naar donkere paden leidt.