Cover image

Intensiteit autoverkeer hangt niet louter af van materiële rijkdom

Hoewel landen met een hogere economische ontwikkeling in het algemeen een intensiever gebruik van het persoonlijke autovervoer kennen dan minder rijke naties, is het inkomen niet de enige factor die de vraag op de nationale automarkt bepaalt. Dat is de conclusie van een studie van de organisatie Rand Corporation en het Institute for Mobility Research.


De onderzoekers stelden vast dat een brede waaier factoren het gebruik van personenauto's bepalen. Onder meer wordt gewag gemaakt van verkeersinfrastructuur, brandstofprijzen, politiek beleid, de aanwezigheid van alternatieven, de omvang van de arbeidsbevolking, een lokale olieproductie en autoconstructie, de geografische verspreiding van de bevolking en de autocultuur.

“De Chinese economie kent een snelle groei, maar dat betekent niet dat in de toekomst Chinezen vaker met de auto zullen rijden dan Amerikanen,” geeft onderzoeksleider Liisa Ecola, transportspecialist bij Rand Corporation, aan.


“Anderzijds kunnen er grote gelijkenissen worden vastgesteld tussen Australië en de Verenigde Staten, maar toch blijken Australiërs minder vaak met de auto te rijden dan Amerikanen. Dat heeft te maken met het feit dat in Australië hogere brandstofprijzen worden gehanteerd en slechts op een bescheiden lokale autoproductie kan worden terugvallen."


"Bovendien blijken Australische jongeren langer te wachten met het behalen van hun rijbewijs.”

“Japan kan dan weer gewag maken van een hoog persoonlijk inkomen, maar het land beschikt slechts over een beperkte wegeninfrastructuur en kan ook geen beroep doen op een lokale olieproductie,” benadrukt Liisa Ecola. “Bovendien valt het eigendom van een auto in Japan, door hoge fiscale heffingen en strenge technische keuringen, bijzonder duur uit.”


De onderzoekster benadrukt dat het inkomen, in tegenstelling tot de algemene perceptie, op lange termijn geen grote impact heeft op het persoonlijke autoverkeer. Er kan wel een verband worden opgemerkt, maar het inkomen op zich is volgens haar geen goede voorspeller van de vraag naar vervoer.

“Bovendien kan economische groei op termijn weliswaar een hulp betekenen voor de vraag naar het autovervoer in een land, maar het is veel minder een basis om het verschil in vraag tussen de diverse landen te verklaren,” zegt Ecola nog.


“Wellicht moeten de geografische verspreiding van de bevolking en de verkeersinfrastructuur de meest belangrijke factoren worden genoemd om de omvang van de autovloot te verklaren."


"De vraag wordt echter ook in belangrijke mate bepaald door een transportpolitiek die brandstofprijzen boven het marktniveau houdt, het intensief gebruik van de auto ontmoedigen en alternatieve transportmiddelen aanmoedigen.” (mah)