Grote meerderheid tieners zoekt gezondheidsinformatie op het internet

Tieners die zich vragen stellen over hun gezondheid of medische problemen, gaan hun antwoord vaak zoeken op het internet. Dat blijkt uit een onderzoek van wetenschappers aan de Northwestern University bij meer dan elfhonderd Amerikaanse jongeren tussen dertien en achttien jaar.


De resultaten van de studie bevatten volgens de onderzoekers belangrijke informatie voor beleidsorganisaties die adolescenten proberen te bereiken. Er dient volgens de wetenschappers gegarandeerd te worden dat jongeren toegang kunnen krijgen tot betrouwbare online gezondheidsinformatie en bovendien over de nodige digitale vaardigheden beschikken om met de aangeboden materie correct om te gaan.


Verwarrende boodschap


“Tieners worden vaak met nieuwe en verwarrende gezondheidsproblemen geconfonteerd,” zegt onderzoeksleider Ellen Wartella, directeur van het Center on Media and Human Development aan de Northwestern University. “Het onderzoek geeft aan dat 84 procent van de jongeren zich voor antwoorden op medische vragen tot het internet wendt.”


Bijna 33 procent van de tieners gaf toe dat de online informatie ook tot een gedragsverandering heeft geleid, zoals een beperking van de consumptie van frisdranken, een keuze voor gezonde menu’s en lichaamsbeweging om depressies te bestrijden. Ook blijkt dat 21 procent van de tieners een gezondheids-applicatie blijkt gedownload te hebben


Ouders


Uit het onderzoek blijkt echter wel dat ouders voor de tieners de belangrijkste bron van gezondheidsinformatie blijven. Er werd immers vastgesteld dat 55 procent van de tieners veel gezondheidsinformatie krijgt van zijn ouders, gevolgd door het onderwijs (32 procent) en medisch personeel (29 procent). Het internet komt met een score van 25 procent op de vierde plaats.


Ook bleek dat slechts 13 procent van de tieners zich tot het internet richt om informatie te zoeken over medische onderwerpen die ze moeilijk met hun ouders kunnen bespreken. Anderzijds blijkt dat 88 procent van de jongeren zich niet comfortabel voelt om hun medische vragen te delen met vrienden op Facebook of andere sociale netwerksites.


De onderzoekers merken verder nog op dat 31 procent van de jongeren zich bij vragen wendt tot medische websites, maar daarnaast wordt ook gewag gemaakt van YouTube (20 procent), Yahoo (11 procent), Facebook (9 procent) en Twitter (4 procent).


Het medium wordt vooral gebruikt voor schoolopdrachten (53 procent), gevolgd door de wens om beter voor zichzelf te zorgen (45 procent), symptomen en diagnoses te vinden (33 procent) en informatie voor familie en vrienden te verzamelen (27 procent).


Er wordt vooral gezocht naar informatie over fitness (42 procent), voeding (36 procent), stress (19 procent), seksueel overdraagbare ziektes (18 procent), depressies (16 procent) en slaapstoornissen (16 procent).


Ook wordt echter gewezen op negatieve gezondheidsinformatie, zoals drankgelagen (27 procent), de promotie van tabak (25 procent), extreme vermageringskuren (17 procent) en de toegang of productie van illegale drugs (14 procent). (mah)