Iran: nucleaire vrede maakt plaats voor fastfoodoorlog

De Amerikaanse restaurantketen McDonald’s bevindt zich midden in een culturele oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran. Een aantal Iraanse fundamentalisten wil immers beletten dat McDonald’s vestigingen in Teheran zou openen. In een aantal Iraanse staatskranten werd daarom ook de superioriteit van de falafel tegenover de hamburger benadrukt, terwijl het Amerikaanse bedrijf tevens op ethische en nutritionele gronden werd aangevallen.


De opmerkelijke aandacht voor McDonald’s moet volgens de krant The Times worden gezocht in de advertenties die het Amerikaanse bedrijf heeft geplaatst om een franchise-partner voor de Iraanse markt te vinden.


Culturele identiteit


Door het opheffen van de westerse economische sancties tegen Iran - een gevolg van de internationale overeenkomst die werd bereikt over de nucleaire ambities van het land - krijgen bedrijven zoals McDonald’s uitzicht om zich in de regio te vestigen.


Gholam Ali Haddad-Adel, een prominente spreekbuis van de Iraanse overheid, waarschuwt echter dat deze ketens een bedreiging vormen voor de cultuur van zijn land. Hij verwijst daarbij naar de Arabische staten.


“Die naties hebben hun culturele identiteit en zelfs hun taal verloren nadat ze McDonald’s en andere fastfood-ketens de toelating hadden gegeven om zich op hun grondgebied te vestigen,” benadrukt Haddad-Adel.


In een rapport van het nieuwsagentschap Mashreg, dat wordt gelinkt aan de Iraanse Revolutionaire Garde, wordt verder aangevoerd dat McDonald’s zich schuldig maakt aan milieubeschadiging en de promotie van ongezonde voeding en bovendien met zijn reclame en promoties kinderen wil aanzetten fastfood te eisen.


Foie gras


Mashreg beticht McDonald’s en sectorgenoot Kentucky Fried Chicken (KFC) echter ook van de verkoop van foie gras, hoewel geen van beide ketens dat product in zijn aanbod heeft. Het Iraanse nieuwsagentschap beschuldigde McDonald’s bovendien er ook nog van verbonden te zijn met de Amerikaanse zionistische lobby en de bouw van de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.


Volgens analisten weerspiegelen de artikels vooral de angst van het Iraanse regime voor een dreigende blootstelling aan de culturele waarden van het westen wanneer de sancties definitief zijn opgeheven.


“Het Iraanse regime wil dat de sancties worden weggewerkt, zodat het land aan een economische verandering kan werken,” zegt Shashank Joshi, onderzoeker bij het Royal United Services Institute. “Men wil echter geen culturele verandering, die bovendien wordt bekeken als een mogelijke aanzet tot politieke verandering."


"De aandacht voor de fundamentalistische ayatollahs mag echter niet worden overdreven. Zij hebben veel macht, maar bij de Iraanse bevolking leeft sympathie voor de Verenigde Staten.” (mah)