8% van de managers verloor vorig jaar zijn baan. Heeft de leidinggevende nog toekomst?

Nederland telt dit jaar nog 490.000 managers. Dat betekent een daling met 8 procent tegenover vorig jaar. Dat is gebleken uit cijfers van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek. Het fenomeen wordt door verscheidene partijen op positieve reacties onthaald, maar Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de statistiek, denkt dat de inkrimping wellicht van tijdelijke aard zal blijken te zijn.


Van Mulligen wijst erop dat managers het voorbije decennium hebben kunnen meedeinen op de conjunctuurgolven. Naarmate de situatie op de arbeidsmarkt beter wordt, neemt volgens hem immers ook het aantal managers opnieuw toe.


Opgemerkt wordt dat op dit ogenblik in Nederland nog bijna één op de zeventien werknemers een management-functie bekleedt. Bij het begin van dit decennium, op het absolute hoogtepunt van het beroep, was nog één op de dertien werknemers een manager.


Benadrukt wordt dat vooral in de banksector, bij de verzekeraars en andere gespecialiseerde dienstverleners een opmerkelijke daling van het aantal managers diende te worden opgetekend.


Ook in de zorgverstrekking, de horeca en de logistiek kon een inkrimping van het aantal management-functies worden gemeld. In het onderwijs kon echter een omgekeerde beweging worden genoteerd en kende de groep managers een gevoelige uitbreiding.


Parasieten?


Voor velen is de teloorgang van de manager een goede zaak. Een aantal critici noemt hen immers een gif dat zichzelf in de maatschappij in stand houdt. De managers worden ervan beticht op de werkenden te parasiteren en door allerlei vergaderingen en formulieren hun werk veel gewichtiger maken dan in werkelijkheid het geval is.


Econoom van Mulligen zegt echter dat de manager de situatie op de arbeidsmarkt volgt. Wanneer die markt met een negatieve evolutie wordt geconfronteerd, wordt volgens hem ook een daling van het aantal managers gemeld. Met het aantrekken van de arbeidsmarkt, zou dan echter ook opnieuw een toename kunnen worden opgemerkt.


Met die stelling is Gert van der Houwen, directeur van managersvereniging Nive, het echter niet eens. Volgens hem zou de veranderde structuur van de arbeidsmarkt een definitieve impact op het beroep van de manager kunnen hebben.


Hij wijst erop dat managers zich vooral toespitsen op structureren en organiseren, maar door de toenemende populariteit van flexibele arbeidscontracten en zelfstandige krachten wordt dat volgens van der Houwen steeds moeilijker.


Afred Kleinknecht, econoom aan de Technische Universiteit Delft, zegt dat het wegvallen van de extra kosten door het inkrimpen van de groep managers alvast een goed signaal zou zijn voor de economie.


Rob Witjes, specialist arbeidsmarktinformatie bij het Nederlandse Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, zegt dat managers nog wel een toekomst hebben, op voorwaarde dat ze hun personeel vertrouwen en verantwoordelijkheden durven geven.


De manager moet volgens hem minder gericht zijn op het sturen van een proces, maar daarentegen oog hebben voor de toegevoegde waarde en het stimuleren van flexibiliteit. Hij voegt er aan toe dat managers achter altijd zullen blijven, aangezien iemand het totaal onder controle moet houden.