Cover image

© Getty Images

Economie

Twee grafieken die koude rillingen geven: steun voor populisme was in ’40 - ’42 kleiner dan vandaag

De Italianen beloonden bij de verkiezingen van afgelopen weekeinde de populistische partijen met meer dan 50% van de stemmen. Maar de revolte in Rome is niet de eerste, noch de enige. Alles begon met de Brexit, gevolgd door de verkiezing van Donald Trump. Daarna waren er de anti-establishmentkandidaten Le Pen en Mélenchon, die in de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen samen meer dan 40% van de stemmen wegkaapten. In september laatstleden maakten 90 uiterst-rechtse AfD-leden dan hun intrede in de Bundestag. Een absolute primeur in het naoorlogse Duitsland.

Toeval of niet, donderdag publiceert de Deutsche Bank een rapport over de toekomst van Europa. Jim Reed, de auteur van de studie, laat er geen twijfel over bestaan. “Moeilijk kan worden ontkend dat dit opnieuw een klinkklare overwinning voor de populisten is. En hoewel hun alliantie weinig waarschijnlijk is, heeft een anti-establishmentcoalitie tussen de Vijfsterrenbeweging en de Lega Nord zelfs een absolute meerderheid.”

Wat de ernst van de situatie nog duidelijker maakt zijn 2 grafieken die in het rapport worden gepubliceerd. Op de eerste wordt de ‘Populism Index’ van de Deutsche Bank weergegeven, vooraleer Italië naar de stembus trok. Daarop is te zien dat de steun voor populistische partijen, rekening houden met de bevolkingsaantallen, nu rond de 32% schommelt. Een niveau dat sinds de verkiezing van Donald Trump zo goed als onveranderd is gebleven. Men moet terug naar de periode 1940 - 1942 om dergelijk hoog percentage terug te vinden.

Onrustwekkend is dat de index geen rekening houdt met de resultaten van de Britse verkiezingen van 2017 (Jeremy Corbyn) en de Italiaanse verkiezingen van afgelopen zondag. Mocht dat wel het geval zijn, dan zou die index boven de 35% uitkomen, hoger dan in de oorlogsjaren 1940 -1942 en een absoluut record sinds de eeuwwisseling. 

De donkere vlek van het populisme


In een tweede grafiek wordt geen rekening gehouden met de bevolkingsaantallen, maar is duidelijk te zien hoe de steeds donkerder vlek van het populisme zich tussen 2000 en 2017 over Europa heeft verspreid.

Conclusie Deutsche Bank

  1. “De opkomst van het populisme heeft de financiële markten nog niet verstoord, maar er is weinig reden om aan te nemen dat de onzekerheid zal afnemen zolang populisten in grote landen aan de winnende hand blijven.”
  2. “De onvoorspelbaarheid van Trumps politieke beslissingen - met de recente controverse rond het heffen van invoerrechten op aluminium en staal als voorbeeld - zijn een goed voorbeeld van wat die onzekerheid voedt.”
  3. “Centrale banken staan voor een helse klus om hun monetaire beleid te verstrengen en gelijktijdig de massale aankopen die ze de voorbije jaren hebben verricht af te bouwen. Het risico dat de steun voor populistische partijen naast het kwetsbare evenwicht van de voorbije jaren ook de financiële markten grondig zal verstoren, is dan ook niet denkbeeldig.”

Reid besluit door te stellen dat populisme ‘de grootste dreiging is voor de op globalisering en liberalisme steunende wereldorde, sinds die na 1980 vorm kreeg.’

© EPA

Be smart (and sad)


De laatste keer dat populisme en latente volkswoede in Europa zulk hoogtij vierden, werd de wereld meegesleept in een oorlog die tientallen miljoenen mensen het leven kostte. Vraag is hoe de wereld zal omgaan met een volgende beurskrach die miljoenen aan papieren rijkdom en niet opgenomen winsten dreigt te doen verdampen. Onderstaande grafiek, die de inkomensongelijkheid in de VS (1962 - 2014) als percentage van de totale rijkdom van de gezinnen weergeeft, zal evenmin helpen.