Cover image

© iStock

Economie

Drie armste EU-landen willen in de eurozone

Bulgarije, Roemenië en Kroatië willen zo snel mogelijk de euro introduceren. Roemenië zal nog voor het einde van dit jaar een strategisch plan indienen, nadat een eerste poging in 2015 mis liep. 

Wie de euro introduceert mag aanspraak maken op financiële hulp. Dat valt in een aantal Oost-Europese hoofdsteden niet in dovemansoren, nu het EU-budget voor de komende jaren flink in de ontwikkelingsfondsen wil knippen, om zo voor de wegvallende Britse bijdrage te compenseren na de Brexit.

Volgens Juraj Kotian van de Weense Erste Group Bank halen landen van de eurozone duidelijke voordelen uit het EU-budget. "De Europese Commissie doet daar ook niet moeilijk over. De eurozone vervoegen wordt dan ook gepromoot.” 

Bulgarije, Roemenië en Kroatië

De plannen van Bulgarije, Roemenië en Kroatië contrasteren met die van Polen, Tsjechië en Hongarije, die geen zin hebben om de euro te introduceren. De reden daarvoor moet niet verder worden gezocht dan in Griekenland, het land dat op het altaar van de euro werd geslachtofferd.

Wanneer het wapen van de devaluatie wegvalt krijgen landen die het traditioneel niet al te nauw nemen met de monetaire regels het moeilijk. Italië is daarvan een tweede voorbeeld. Maar minder rijke EU-landen hebben dan weer de subsidies nodig om de kloof tussen arm en rijk te dichten.

De Bulgaarse plannen zijn het verst gevorderd. Zo heeft het land zijn lev al aan de euro gekoppeld en wil het nog deze zomer het wisselkoersmechanisme vervoegen - dat is zowat de laatste stap voor de introductie van de munt zelf.

Kroatië zal nog 5 à 7 jaar nodig hebben vooraleer het tot de eurozone kan toetreden, terwijl Roemenië - met 20 miljoen mensen het meest bevolkte land van de drie - nog een nieuwe datum moet aankondigen. Het land streeft er naar om tegen 2020 ruim 70% van het gemiddelde bbp van de eurozone pro capita te bereiken, tegen 60% vandaag.

ECB lijkt niet zo happig

De Bulgaarse kandidatuur wordt door Frankrijk en Duitsland verdedigd, maar de Europese Centrale Bank lijkt alvast minder happig. Dat heeft vooral te maken met een reeks recente financiële schandalen in Oost-Europa.  Kroatië en Roemenië hebben dan weer een zwakkere economische verhalen.

Toch moeten ze niet wanhopen, want na de Brexit lijkt het er op dat vele politici een uitbreiding van de eurozone als een bevestiging van het Europese project zien, vooral in tijden waarin populisme de traditionele geopolitieke verhoudingen op zijn kop heeft gezet.