Cover image

© EPA/Atef Safadi

Economie

Waarom Israël zijn goede start-ups zo snel mogelijk verkoopt

Het jonge technologiebedrijf Waze uit Tel-Aviv werd vijf jaar geleden voor een bedrag van 1 miljard dollar verkocht aan Google. Vorig jaar werd voor Mobileye, een innoverende startup uit Jeruzalem, door Intel een bedrag betaald van 15 miljard dollar. Deze twee operaties zijn de speerpunten van de strategie die Israël rond zijn startup-industrie heeft opgebouwd.

“Israël heeft zich tot een echte startup-natie ontwikkeld,” benadrukt Nathalie Hamou, specialiste internationale economie bij de Franse krant Les Echos. “Opmerkelijk daarbij is echter dat een groot aantal van die innoverende bedrijven relatief snel door buitenlandse groepen worden overgenomen. Dat fenomeen blijkt vooral toegeschreven te moeten worden aan een streven naar een snelle waardecreatie."

Exitcultuur

"De verkoop van Waze en Mobileye werd in Israël dan ook niet bestempeld als een verlies voor de nationale economie, maar daarentegen als een succes voor het Israëlische ondernemerschap," zegt Hamou. "In Israël is de verkoop van lokale ondernemingen aan buitenlandse groepen helemaal geen taboe.”

“In Silicon Wadi, het Israëlische technologiegebied, hebben de meeste startups al van bij hun geboorte de bedoeling om ooit aan een internationaal marktleider te worden verkocht. Het ecosysteem van de Israëlische hightech-industrie wordt dan ook gekenmerkt door een sterke exitcultuur. Er wordt dan ook gewag gemaakt van een recordaantal fusies en overnames."

"Het voorbije jaar heeft Israël - zonder rekening te houden met de overname van Mobileye - voor een totaalbedrag van 6 miljard dollar bedrijven verkocht. Tegelijkertijd haalden Israëlische technologie-startups ook een bedrag van 5 miljard dollar op. In Frankrijk bleef dat niveau beperkt tot 2,3 miljard dollar.”

Durfkapitaal

“Er is voor die trend een duidelijke verklaring,” betoogt Jérémie Kletzkine, vice-president van de organisatie Start-Up Nation Central. “In Israël moet een startup in de eerste plaats waarde opbrengen. Dat wordt belangrijker geacht dan de creatie van werkgelegenheid."

"Bovendien moet worden vastgesteld dat de meest lokale startups ook niet echt van Israëlische origine zijn. Vaak worden deze initiatieven gelanceerd door Israëlische durfkapitalisten, die echter vaak met buitenlandse fondsen werken. Het is daarbij niet de bedoeling om een onderneming met een blijvend karakter te starten, maar wel een entiteit te creëren die op de kortst mogelijke tijd de meeste waarde kan opleveren.”

“Israël is bovendien bijzonder gericht op de zoektocht naar innovatie en schuwt daarbij ook geen risico’s,” zegt Nathalie Hamou nog. “De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling vertegenwoordigen in Israël 4,5 procent van het Israëlische bruto binnenlandse product, tegenover 2,23 procent in Frankrijk."

"Er moet wel worden vastgesteld dat 85 procent van die investeringen uit privéfondsen afkomstig zijn. Een aantal van deze initiatieven zal niet overleven, maar uit de asse van die mislukkingen rijzen vaak nieuwe projecten.” Ook de technologische divisies van het Israëlische leger vormen vaak de aanzet van nieuwe hightech bedrijven.

Toch moeten volgens Hamou ook op een aantal kanttekeningen worden gemaakt. Onder meer moet worden vastgesteld dat de onderzoekscentra die buitenlandse bedrijven in Israël opzetten, vaak een grote aantrekkingskracht vormen voor lokaal talent. Daardoor ontstaat nog een grotere druk op de Israëlische arbeidsmarkt, waar binnen de hoogtechnologische sector steeds meer knelpuntberoepen ontstaan.

Bovendien wordt gewaarschuwd dat Israël niet uitsluitend op startups kan rekenen om een groei van de economie en de tewerkstelling te garanderen. Hamou wijst er dan ook op dat het ritme van overnames in een aantal sectoren, zoals onder meer cyberbeveiliging, begint te vertragen.

Lees meer