Cover image

© iStock

Tech

Nieuwste datacenter Microsoft ligt onder water

Voor de kusten van de Orkney-eilanden in Noord-Schotland heeft het Amerikaanse technologiebedrijf Microsoft een datacenter op de bodem van de zee laten zinken. Met de operatie hoopt het bedrijf belangrijke besparingen te kunnen realiseren op zijn energieverbruik. Onshore datacenters zijn immers verbruikers van gigantische hoeveelheden elektriciteit, die nodig is om de servers te koelen.

Het zeewater in Noord-Schotland levert op dat gebied een natuurlijke koeling, maar de ontwikkelaars van het datacenter Northern Isles van Microsoft hebben nog een aantal bijkomende maatregelen genomen om de ecologische voetafdruk verder te verkleinen.

Laboratorium

Het datacenter bestaat uit een witte cilinder met een lengte van 12,2 meter en omvat 864 servers, die voldoende capaciteit hebben om vijf miljoen bioscoopfilms op te slaan. Het datacenter kan tot vijf jaar op de zeebodem liggen. Een onderzeese kabel wordt echter aangelegd om elektriciteit uit het hernieuwbare energienetwerk van Orkney - samengesteld uit windturbines en getijdenenergie - aan te voeren.

Langs diezelfde weg wordt ook de uitwisseling van gegevens tussen de server en het internet verzorgd. Waarnemers noemen Orkney een logische keuze. De regio is immers een laboratorium voor innoverende technologieën rond de opwekking van hernieuwbare energie.

Microsoft noemt het project een mijlpaal. “Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft binnen gebieden die zich maximaal ongeveer 120 mijl van de kust uitstrekken,” benadrukt het bedrijf. “Door de installatie van offshore datacenters in de buurt van kuststeden, moeten de gegevens een veel kortere reisafstand afleggen om een aanzienlijk deel van de bevolking te bereiken."

“De zee biedt een gratis en onophoudelijke toegang tot koeling, die één van de grootste kosten van datacenters op het vasteland vertegenwoordigt. Bovendien kan een offshore datacenter veel sneller worden opgebouwd dan een complex op het vasteland.”

Slijtage

Nadeel is wel dat defecte servers onmogelijk kunnen worden hersteld. Anderzijds wijst Microsoft erop dat de infrastructuur minder aan slijtage zal worden blootgesteld. De servers van onshore datacenters lopen immers een groter risico op oververhitting. Die kans is in zeewater veel minder. Op die manier zou Microsoft zelfs hopen dat het project twintig jaar operationeel zou kunnen blijven.

Indien het initiatief succesvol blijkt, zou Microsoft op korte termijn al met vijf offshore datacenters willen starten.

Het offshore datacenter is wel veel kleiner dan de gigantische server-eenheden die op het vasteland worden gebouwd.

Lees meer