Cover image
Politiek

Jihad verhuist naar Afrika

Terreurgroep Islamitische Staat is de kop ingedrukt in Syrië en Irak. Nu is het islamitisch, fundamentalistisch geweld aan het verplaatsen naar Afrika. De redenen zijn onder andere de terugkerende militanten, de machtsvacuüms en de (politieke) instabiliteit. 

Waarom Afrika?

Er is veel corruptie en het beleid van de meeste regeringen is erg zwak op het continent. Bovendien zijn er veel arme jonge mannen die zich bedrogen voelen door de samenleving. Dat alles zorgt voor een voedingsbodem voor jihadisme in Afrika. De Afrikaanse, islamitische, terroristische organisatie al-Shabab, die banden heeft met het Al Qaida van Osama Bin Laden, heeft Somalië en het aangrenzende Kenia al meer dan een decennium belaagd met gruwelijke daden. In Nigeria heeft de terreurgroep Boko Haram dan weer geprobeerd om een staatsgreep te plegen en in 2002 werd er zelfs een klein islamitisch 'kalifaat' opgezet.

De jongste jaren hebben de Afrikaanse, terroristische groepen hun terrein uitgebreid en ze zijn nog agressiever geworden. De database IHS jane's Terrorism and Insurgency Centre nam in 2009 171 aanslagen waar van militante islamitische groeperingen in Afrika. In 2015 was er sprake van maar liefst 738 aanslagen met 4.600 doden als resultaat. De nederlaag van de terreurgroep Islamitische Staat van vorig jaar in Syrië en Irak heeft het probleem nog meer vergroot. Duizenden Afrikaanse jihadisten zijn nu aan het terugkeren naar hun thuislanden. Uit Tunesië alleen al zijn er maar liefst 6.500 extremisten vertrokken om islamitische troepen te gaan steunen in Syrië en Irak. Daarmee is Tunesië de hofleverancier van Islamitische Staat, want uit geen enkel land kwamen er meer extremistische vrijwilligers.

"Zoveel te beter we het doen in het Midden Oosten, zoveel te meer slangen we terug zullen zien kruipen richting Afrika", zegt de Republikeinse senator Thom Tillis.

(Ons artikel over de 10 gevaarlijkste landen ter wereld is hier beschikbaar.)

Waar gaan de IS-militanten heen?

De meeste aanhangers van de terreurgroep Islamitische Staat gaan naar Libië. Daar heerst nog steeds een chaotische burgeroorlog. De Libische regering van het Nationaal Leger doet er momenteel alles aan om de stabiliteit en de veiligheid terug te brengen in het land. Het centrale gezag van de huidige, internationaal erkende regering is vooral beperkt tot het noorden. Er staan nu twee regeringen tegenover elkaar. De eerste, die internationaal erkend wordt, wordt verdedigd door het Libisch Nationaal Leger. Die wordt hevig gesteund door Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië. Aan de andere kant staat de Libya Shield Force, gesteund door Soedan, Qatar en Turkije. Sommige van de leden van die laatste groep hebben ook sympathie voor en/of banden met Islamitische Staat.

(Meer over de Islamitische Staat en het 'kalifaat' als grondgebied is hier te lezen.)

Sinai Province en IS

In 2015 heeft IS de kuststad Sirte ingenomen. Het was de enige vestiging van Islamitische Staat buiten Syrië en Irak. Een jaar later werden de IS-militanten verdreven door troepen die gesteund werden door Amerikaanse luchtaanvallen. Maar nu zijn de extremisten zich weer gaan organiseren op het Libische platteland. De andere grote broeihaard van Islamitische Staat in Noord-Afrika is gevestigd op het Sinaï-Schiereiland in Egypte. Sinai Province, een terroristische organisatie die gelieerd is aan Islamitische Staat, heeft ongeveer 800 terroristische aanslagen en moorden in de regio opgeëist sinds 2013. De organisatie wordt ook verantwoordelijk geacht voor de grote aanslag aan de soefi moskee in november 2017. Daarbij werden meer dan 300 moskeegangers vermoord. Mokhtar Awad, een onderzoeker aan de George Washington University die de faculteit van Extremisme leidt, zegt dat Islamitische Staat ernaar streeft om sektarisch geweld uit te lokken in Egypte. Ze hopen naar eigen zeggen "de ontrafeling van het land" in de hand te werken.

(Meer over seks in de Islamitische Staat is hier beschikbaar.)

Is Al Qaida nog steeds actief?

De terreurgroep Al Qaida is opnieuw aan een opmars bezig. Terwijl de ogen van de wereld gericht waren op de grootste concurrent, Islamitische Staat, heeft Al Qaida in het geheim een comeback voorbereid. De lokale leiders hebben de favoriete zoon van Osama Bin Laden naar voor geschoven: Hamza Bin Laden. Hij kreeg een prominente rol op zich als inspirerende leider. De meest belangrijke, Afrikaanse partner van de terroristische groepering is al-Shabab. Het gaat om de voormalige, radicale jongerenvleugel van Al Qaida, die een tijdlang de Somalische hoofdstad Mogadishu ingenomen had.

In 2013 voerde al-Shabab een gruwelijke aanslag uit op de Westgate Mall in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Ook zijn ze verantwoordelijk voor de slachtpartij aan de Garissa University in Kenia. Daarbij kwamen 152 mensen om, inclusief de terroristen. Al-Shabab wordt ook verantwoordelijk geacht voor de aanslag met een autobom in Mogadishu vorig jaar in oktober. Daarbij lieten meer dan 350 mensen het leven.

De terroristische groepering, die een strenge vorm van de islam genaamd Wahabisme aanhangt, heeft vandaag de dag geen controle meer over grote dorpen en steden in Afrika. In 2011 werd de terroristische organisatie uit Mogadishu gedreven door troepen, die geleid werden door de Afrikaanse Unie. In meer landelijke regio's in het zuiden van het land heeft de groep wel nog enkele domeinen en gebieden in handen.

Populair in de Maghreb

In de Noord-Afrikaanse, islamitische regio Maghreb, dat bestaat uit de landen Marokko, Algerije, Tunesië, Mauritanië en Libië, heeft Al Qaida ook een zekere invloed. Vooral in Algerije en Mali staat de terroristische organisatie redelijk sterk.

En ze voeren er niet enkel aanslagen uit, maar verdienen er ook geld. Zo heeft Al Qaida sinds 2003 in het gebied al ongeveer 100 miljoen dollar of zo'n 86 miljoen euro verdiend aan kidnapping, het smokkelen van drugs en afpersing.

De oorsprong van AQIM, 'Al Qaida in de Islamitische Maghreb' ligt in Algerije. In de jaren 90 waren er verschillende politieke en gewelddadige islamistische groepen actief. De huidige naam is begin 2007 ontstaan toen de beweging zich officieel aansloot bij Al Qaida.

(Meer over Al Qaida en Libië lees je hier.)

Wat doet de VS hieraan?

Het Pentagon heeft ongeveer 6.000 manschappen gereserveerd om in Afrika missies uit te voeren rond veiligheid en antiterrorisme. Twee derde van hen is momenteel gestationeerd in Djibouti. Daar ligt de enige officiële, militaire basis van de Verenigde Staten. Van de andere Amerikaanse troepen verblijft ongeveer 800 man in Niger, zo'n 400 in Somalië en de rest is verspreid over 47 andere Afrikaanse landen. Dit zijn hoge cijfers.

De aanwezigheid van het Amerikaanse leger in Afrika is de jongste jaren dan ook aanzienlijk gestegen. In 2008 hebben Amerikaanse manschappen ongeveer 172 missies, oefeningen of andere activiteiten uitgevoerd op het continent. In 2017 lag dat cijfer op maar liefst 3.500. Op z'n minst 1.700 van de 6.000 soldaten behoren tot de 'special forces'. Hun officiële rol is om te "adviseren en assisteren". Ze houden zich ook bezig met het opleiden van lokale soldaten en ze maken hen wegwijs in de specifieke situaties in de conflictzone. Maar daarnaast nemen ze nog een brede waaier aan missies op zich, waaronder ook het terugwinnen van terrein op de vijand en het gevangen nemen van leiders van vijandige, terroristische groeperingen.

Bovendien heeft het Pentagon haar gebruik van drones in de regio aanzienlijk opgevoerd. Die worden niet alleen gebruikt voor bewaking en toezicht, maar ook om bepaalde individuen te kunnen treffen en om de trainingskampen van terroristen en vijandige milities te kunnen bestoken met luchtaanvallen. 

(Meer informatie over de Amerikanen en Osama Bin Laden is hier beschikbaar.)

Wat is de strategie op lange termijn?

In de eerste plaats is het Pentagon van plan om te vermijden dat islamitische terreurgroepen en milities er vat krijgen op grote percelen land, zoals Islamitische Staat dat enkele jaren geleden wist te doen in Syrië en in Irak.

Maar deze strategie brengt heel wat risico's met zich mee voor de Amerikanen. Zo hebben lokale milities het lang niet altijd gemakkelijk om de controle over de gebieden te behouden die ze heroverd hebben op terroristische fracties.

Aanvallen met drones zullen er hoe dan ook toe leiden dat er ook burgerslachtoffers vallen. Dat kan er dan weer voor zorgen dat de lokale bevolking zich zal afkeren tegen de hulp van de Verenigde Staten. Het resultaat zou, in het slechtste geval, kunnen zijn dat mensen uit de lokale bevolking zich zouden aansluiten bij of sympathie zouden krijgen voor de terroristische groeperingen.

Bovendien wordt er aan de beide kusten van de Atlantische Oceaan gevreesd dat de Verenigde Staten nog maar eens verwikkeld zou kunnen raken in een lange-termijn-conflict dat zich ver buiten hun eigen grenzen afspeelt.

"De Afrikaanse landen en regeringen verkiezen een kleine 'voetafdruk' van de Verenigde Staten", zegt de Amerikaanse Brigadier Generaal Donald Bolduc, die vorig jaar aan het hoofd stond van het U.S. Special Operations Command Africa. “Ze zien wat we gedaan hebben in andere landen en dat maakt hen heel erg bang. Om eerlijk te zijn, het maakt mij eigenlijk ook heel erg bang. Uiteindelijk is het resultaat een nog veel groter conflict dan je eerst verwacht had."

Een dodelijke hinderlaag in Niger

In oktober 2017 kwam de Amerikaanse, militaire aanwezigheid voor de hele wereld aan het licht toen vier soldaten van de 'Special Forces' stierven in een militaire hinderlaag in Niger. Het Amerikaanse team bestond uit twaalf soldaten en ze werden gesteund door zo’n dertig Nigerese soldaten. Ze waren op een verkenningsmissie, maar kwamen hevig onder vuur te liggen door zo'n 50 militanten die banden hebben met Islamitische Staat. Ze waren gewapend met raket gedreven granaten, mortieren en zware machinegeweren. De Amerikaanse soldaten vochten een volledig uur terug voor ze steun vanuit de lucht inschakelden. Nog eens een uur later kwamen de Franse gevechtsvliegtuigen en helikopters aan. Op die dag trof het Franse leger de dode lichamen van drie Amerikaanse soldaten aan. Zo'n 48 uren later werd het lichaam van Sergeant David Johnson gevonden. Dat zou meer dan een kilometer ver van de oorspronkelijke locatie gelegen hebben.

Een maand later werden nog enkele lichaamsdelen van de Amerikaan aangetroffen. Een bewoner van een nabijgelegen dorp zei dat de handen van de Amerikaan vastgebonden waren en dat hij een grote wond had aan de achterkant van zijn hoofd. Alles wijst er dus op dat David Johnson gevangen genomen werd, geslagen werd en uiteindelijk geëxecuteerd werd.

Het Pentagon zal binnenkort een officieel rapport uitbrengen over dit drama. Maar we zijn er nu al zo goed als zeker van de Johnson gestorven is door de kogels van de machinegeweren. Het onderzoek zal ook uit de doeken doen waarom de Amerikaanse troepen in een hinderlaag terecht kwamen, waarom ze niets wisten van de terroriste die in de buurt waren en waarom ze zo laat pas hulp kregen.

Lees meer