Cover image

© Getty Images

Lifestyle

Waarom domineren Europese landen (voorlopig nog) de voetbalsport?

In de laatste vier wereldbeker-edities waren de eerste drie plaatsen telkens opnieuw voorbehouden aan Europese landen. Er is één uitzondering op de regel: Argentinië, dat in 2014 tweede eindigde. In hun boek Socceronomics gaan de journalisten Simon Kuper en Stefan Szymanski op zoek naar het antwoord op de vraag waarom Europese landen het wereldvoetbal blijven domineren. Het antwoord mag enigszins verwonderen.

Een belangrijke reden is volgens beide auteurs het feit dat Europa één groot netwerk van landen en steden is. Wie in 2006 de wereldbeker voetbal in Duitsland bijwoonde kon in minder dan tweeëneenhalf uur naar één van de meer dan 20 landen vliegen, die gecombineerd meer dan 300 miljoen mensen huisvesten. Dat is een enorm netwerk. Vergelijk dat met Zuid-Korea en Japan, die het WK 2002 organiseerden. Op uitzondering van die beide landen zelf ligt geen enkel voetbalminnend land nabij.

Het is dat Europese netwerk dat de basis vormt voor het makkelijk doorspelen van kennis en het boeken van snelle vooruitgang.

De Guardiola-jaren...

Nadat Duitsland in 2014 de wereldbeker won vertelde trainer Joachim Löw hoe het land - na een aantal moeilijke jaren - grote progressie had gemaakt. Ze namen delen van het Spaanse en Nederlandse voetbal over en werkten aan de snelheid van executie door de Engelse Premier League te bestuderen. Bayern München had eerst de Nederlander Louis Van Gaal gecontracteerd om hem later te vervangen door Pep Guardiola, die wordt beschouwd als de meest invloedrijke trainer van de laatste jaren.

Guardiola blijft bescheiden wanneer hij met die gedachte wordt geconfronteerd: “Ik heb naar vele ideeën gekeken en heb er zo veel mogelijk gestolen. Ideeën behoren iedereen toe. En nergens ter wereld kan je meer ideeën jatten dan in Europa.”

Volgens Kuper en Szymanski heeft deze filosofie een speciaal soort voetballer gecreëerd, waarbij het individu steeds minder belangrijk wordt en zowat elke speler een middenvelder lijkt die goed is in het doorspelen van de bal.

Duitsland werd in 2014 nog wereldkampioen door delen van het Nederlandse en Spaanse model te kopiëren. De Duitse doelman Neuer gaf in dat toernooi zelfs twee passes meer dan de Argentijnse spits Lionel Messi. 

© Getty Images

zijn voorbij...

Maar de enige constante is verandering. Voormelde drie landen presteerden in 2018 dramatisch slecht. Duitsland overleefde de eerste ronde niet en Spanje werd in de achtste finales in de strafschoppenreeks door Rusland uitgeschakeld ondanks dat het in die wedstrijd 1.114 passes liet opmeten, tegen 290 voor het gastland. Nederland was niet eens van de partij omdat het in de kwalificatiefase sneuvelde en Frankijk en Zweden moest laten voorgaan.

Europa domineert dus nog steeds het wereldvoetbal, maar de modellen veranderen. Frankrijk kroonde zich tot wereldkampioen met 270 passes in de wedstrijd tegen de moedige Kroaten, dat de bal 547 keer doorspeelde. België eindigde derde en werd door de Franse sportkrant L’Equipe zelfs uitgeroepen tot beste team van het toernooi.

Toekomstige WK’s zullen een totaal ander verloop kennen

Toch lijkt het volgens beide auteurs weinig waarschijnlijk dat die Europese dominantie nog lang aanhoudt en zullen niet-traditionele landen de volgende decennia de sport gaan domineren. Daarbij valt steeds vaker de naam van China. Onder impuls van de voetbalgekke Xi Jinping is het land aan een enorme inhaalbeweging begonnen. Daarbij wordt een kleine 200 miljard euro in het voetbal geïnvesteerd en wordt deze sport verplicht opgenomen in het schoolprogramma. Kunstgrasvelden worden aangelegd en er worden volop coaches gerekruteerd om 50.000 nieuwe trainers op te leiden. Xi wil het WK van 2050 niet enkel organiseren, maar ook winnen. Maar ook in landen als Japan, de VS en zelfs Irak wordt de voetbalsport enkel populairder. 

Toekomstige WK’s zullen dan ook een totaal ander verloop kennen, besluit het duo.

© Getty Images