Wat maakt een stad succesvol?

In 1950 waren de grootste stedelijke gebieden van de wereld New York en Londen met elke meer dan 12 miljoen inwoners. Tokio (8,4 miljoen), Moskou (7), Rijn-Ruhrgebied (6,9), Parijs (6,7), Shanghai (5,8), Chicago (5,6), Buenos Aires (4,6) en Calcutta (4,6) vervolledigden de top tien.

Tegen het midden van de jaren 2000 had deze lijst een opmerkelijke metamorfose ondergaan: Tokio staat nog steeds op nummer 1, maar is met 35 miljoen inwoners een megametropool geworden, Mexico City en Mumbai - die in 1950 niet eens de lijst haalden - zijn goed voor plaats 2 en 3 met elke een 20-tal miljoen inwoners, gevolgd door New York, Sao Paulo, Delhi, Calcutta, Djakarta, Buenos Aires en Dhaka. Parijs stond in 2005 op 22, Chicago op 25 en Londen - ooit de nummer 1- moest vrede nemen met een 28ste plaats.

De belangrijkste drijfveer voor deze veranderingen is een pijlsnelle tendens in de richting van verstedelijking. Tegen 2050 zouden 7 van alle 10 mensen in de wereld in een stad leven. Deze tendens heeft dramatische gevolgen voor steden, vooral voor die in het Westen.


Een manier om orde te scheppen in deze globale stedenclash is “de Wet van Zipf”. Deze “wet” stelt dat de distributie van bevolkingen in steden een bepaald lineair model volgt: de grootste stad in een land is ongeveer tweemaal zo groot als de tweede grootste en drie maal zo groot als de derde. Deze observatie, die voor het eerst opdook in 1949, blijft tot op vandaag overeind.

Toch is ze niet van toepassing op een globale basis, omwille van migratiebarrières en andere factoren. Doch wanneer niet de bevolkingsaantallen,  maar economische output en innovatie in beschouwing worden genomen, dan wordt de globale stedelijke distributie plots wel opnieuw erg Zipf-achtig.


'New York City is volgens een studie de meest competitieve stad van de wereld, na Londen, Singapore, Parijs en Hong Kong. Steden als Shenzhen en Dubai proberen om zichzelf aantrekkelijk te maken voor bedrijven door op prijs en infrastructuur te concurreren. Maar op de lange termijn is intellectueel kapitaal en talent de allerbelangrijkste factor,' schreef burgemeester Michael Bloomberg daar deze week over in de Financial Times.

De globale stedelijke hiërarchie is aan radicale verandering onderhevig, aldus Richard Florida in The Atlantic.  De dominante steden blijven dominant, zoals blijkt uit de sterkte van New York City en Londen. Maar de binnenlandse concurrentie tussen tweede- en derdeklasse steden is snoeihard. Ook de steeds toenemende globalisering stelt kleinere nichesteden bloot aan nog meer concurrentie vanuit het buitenland.


De wereld lijkt dus op weg naar een eengemaakt wereldsysteem van steden, met steeds grotere steden aan de top en meer en meer concurrentie en verandering onder steden van kleine en gemiddelde grootte. Deze evolutie is - zoals Bloomberg opmerkt - goed voor de New Yorks, Londens, Tokio’s, Sao Paolo’s en Shanghais van deze wereld. Toch zal de ongelijke, geconcentreerde verdeling van economische mogelijkheden in de toekomst een grote uitdaging vormen voor burgemeesters en beleidsleiders.