25 redenen die mensen er toe kunnen aanzetten fraude te plegen

[PICTURE|sitecpic|lowres]Fraudeurs zijn meestal geen doorgewinterde criminelen, maar normale mensen met een moreel kompas die onder zware financiële druk staan. Dr. Muel Kaptein van de Rotterdam School of Management onderzocht wat mensen zoals u en ik tot fraude doet overgaan. Max Nisen en Aimee Groth verzamelden de belangrijkste inzichten uit Kapteins studie en publiceren ze op Business Insider.




  1. Tunnelvisie. Wanneer mensen zich 100% op een bepaald doel richten, kunnen ze blind en doof worden voor mogelijke ethische bezwaren.




  2. Eufemismen. Onethisch gedrag lijkt minder bezwaarlijk wanneer het schuilgaat onder eufemismen als ‘boekhoudkundige creativiteit’ of ‘financiële onregelmatigheden’.




  3. Vervreemding. In grote bedrijven voelen werknemers zich vaak als nummers of objecten behandeld. Zulke mensen zijn meer geneigd om te stelen of fraude te plegen.




  4. Zelfvervreemding. Mensen met een sterk besef van hun eigen individualiteit plegen minder fraude. Werknemers die zichzelf als producten van hun omgeving zien meer.




  5. Tijdsdruk. Mensen zijn meer geneigd om zich ethisch te gedragen wanneer ze tijd krijgen om over hun beslissing na te denken.




  6. Straffeloosheid. Kleine diefstalletjes op het kantoor van zaken als kantoorartikelen en toiletpapier worden vaak genegeerd. Voor sommige mensen smaakt dat naar meer.




  7. Arrogantie. De meeste mensen vinden van zichzelf dat ze slimmer en ethischer zijn dan het gemiddelde. Als ze vinden dat ze niet krijgen wat hen toe komt kunnen ze tot criminele daden overgaan.




  8. Conspicuous consumption. Een materialistische omgeving waarin geld de sleutel is tot succes. Status maakt mensen egoïstisch en brengt hen in de verleiding om regels te breken.




  9. Verdenking. Onschuldige werknemers die verdacht worden van diefstal en zo behandeld worden, hebben de neiging om te beginnen stelen.




  10. Verzet. Wanneer regels als onrechtvaardig of excessief worden gepercipieerd, krijgen mensen het verlangen om ze opzettelijk te gaan breken.




  11. Gehoorzaamheid. Onethische bevelen van hogerop worden vaak door ethische mensen opgevolgd uit een gevoel van plicht en gehoorzaamheid.




  12. Megalomanie. Mensen met veel macht hebben de neiging om de ethische lat veel hoger te leggen voor anderen dan voor zichzelf.




  13. Broken window theory. Een bedrijf dat slecht wordt geleid en waar wanorde lijkt te heersen, geeft werknemers het idee dat ze de regels kunnen breken zonder daarvoor gestraft te worden.




  14. Vrijbuiters. Een cultuur van ethiek en correctheid kan het paradoxaal effect hebben dat bepaalde werknemers gaan denken dat kleine loopjes met de waarheid aanvaardbaar zijn.




  15. Kameraadschap. Samen de regels breken is voor sommigen een vorm van kameraadschap en collegialiteit.




  16. Concurrentie. Een situatie met duidelijke winnaars en verliezers creëert een cultuur waarin mensen bereid zijn om werkelijk tot het uiterste te gaan om niet te verliezen.




  17. Rationalisering. We hebben de neiging om ons gedrag te verantwoorden tegenover onszelf. Na verloop van tijd raken we bovendien helemaal van onze eigen leugens overtuigd.




  18. Slechte bestraffingen. Als een bedrijf geldboetes verbindt aan onethisch gedrag verandert het beslissingsproces van werknemers. De morele dimensie verdwijnt en men gaat immorele daden aan kosten-baten analyses onderwerpen.




  19. Slaaptekort en honger. Hongerige en vermoeide mensen beschikken over minder zelfcontrole en zijn meer geneigd om in een vlaag van zwakte een onethische beslissing te maken.




  20. Glad ijs. Grote fraudeurs beginnen meestal klein. Niet zelden raken ze vast in een vicieuze cirkel waardoor hun gedrag snel escaleert.




  21. Marktdruk. In 2007 stonden managers in de financiële industrie onder intense druk om hoge risico’s te nemen ondanks het feit dat velen de bui toen al zagen hangen.




  22. Compensatie. Sommige mensen die zich lange tijd eerlijk en correct gedragen, denken dat ze daarmee vrijgeleide krijgen om in de toekomst iets onethisch te gaan doen.




  23. Transparantie. Meestal leidt transparantie tot meer ethiek op het werk omdat de pakkans vergroot. Dat een bepaald belangenconflict openbaar wordt gemaakt, betekent echter niet dat men zal ophouden met sjoemelen.




  24. Slechte communicatie. Een bedrijf dat een zwart-wit beeld van goed en fout communiceert, laat zijn werknemers ruimte om te experimenteren in grijze zones.




  25. Conformisme. Soms doen mensen dingen die ze anders nooit zouden doen om bij de groep te horen.