Visie op arbeid wordt door rolmodel ouders geïnspireerd

[PICTURE|sitecpic|lowres]Sommige werknemers bestempelen hun baan louter als een manier om een inkomen te verwerven, terwijl andere collega’s hun tewerkstelling als een roeping of een levenstaak bestempelen. In die verschillende visies heeft echter vooral de oriëntatie van de ouders een grote impact. Dat is de conclusie van een onderzoek van wetenschappers aan de University of Michigan. Daarbij wordt opgemerkt dat de relatie met de ouders tijdens de adolescentie een cruciale impact lijkt te hebben op de latere houding tegenover het werk. Er wordt aan toegevoegd dat de oriëntatie van de ouders een grotere impact heeft op de houding tegenover arbeid dan parameters zoals religie, persoonlijkheid of beroep.

“De visie van het individu op het werk heeft diepe wortels,” merkt onderzoeksleider Wayne Baker, professor organisatiemanagement aan de Ross School of Business van de University of Michigan, op. “De instelling van de werknemer tegenover arbeid kan in belangrijke mate gekoppeld wordt aan de visie die zijn ouders op werk hanteerden, zelfs wanneer de twee generaties in verschillende beroepen of sectoren actief zijn. Ouders en kinderen kunnen een afwijkende beroepsactiviteit kennen, maar blijken het concept arbeid op dezelfde manier te benaderen. Kinderen dragen de visie van hun ouders op arbeid over naar nieuwe taken, industrieën en carrières.”

Er kunnen volgens de onderzoekers twee fundamenteel verschillende benaderingen ophet concept arbeid worden onderscheiden. Een aantal werknemers bekijkt de arbeid als een hulpmiddel om een materiële doelstellingen, zoals financiële compensaties, te kunnen verwerven. Deze werknemers zoeken voor de passies in hun leven vooral activiteiten buiten de werkomgeving en hopen vaak zo snel mogelijk met pensioen te kunnen gaan. Een andere groep ziet in de arbeid echter als een gelegenheid om zijn passie te beleven en een persoonlijke roeping in te vullen, waarbij de arbeid volgens de onderzoekers vaak wordt gezien als een kans om een positieve impact op de wereld te hebben.

Professor Baker merkt op dat vaders het belangrijkste rolmodel vormen voor werknemers die de arbeid vooral vanuit een materieel standpunt benaderen. Bij werknemers die de arbeid vooral als een roeping beschouwen, zouden daarentegen beide ouders een cruciaal rolmodel zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat een sterke relatie met de moederfiguur tijdens de adolescentie een materiële benadering van het concept arbeid minder waarschijnlijk maakt. Baker merkt wel op dat externe factoren de impact van het ouderlijk rolmodel kunnen afzwakken. “In moeilijke omstandigheden, wanneer de tewerkstelling wordt bedreigd, is het niet vanzelfsprekend om arbeid nog langer als een roeping aan te voelen,” aldus Baker. (MH)