Textielsector moet een model van slow fashion uitbouwen

[PICTURE|sitecpic|lowres]Ook de modesector moet meer oog hebben voor duurzaamheid. Dat zegt Arlesa Shephard, professor mode en textieltechnologie aan de Buffalo State University. De Amerikaanse wetenschapster zegt dat de seizoensmode weliswaar trendy en budgetvriendelijk is, maar meestal ook goedkoop is geproduceerd en niet de bedoeling heeft om gedurende een lange periode te overleven. Deze kleding komt volgens Arlesa Shephard dan ook vaak terecht op een vuilnisbelt, terwijl tegerlijkertijd nieuwe grondstoffen moeten worden gebruikt om vervangende kledij te produceren. De huidige werkwijze van de modesector is volgens de wetenschapster op termijn voor de toekomst van de planeet dan ook niet houdbaar.

Arlesa Shephard werkt samen met Sanjukta Pookulangra, professor merchandising aan de University of North Texas, aan de ontwikkeling van een systeem van duurzame mode, vergelijkbaar met slow food in de voedingssector. Een duurzame mode-industrie moet volgens Shephard onder meer de fossiele voetafdruk van de sector verkleinen en de arbeidsomstandigheden voor de werknemers in de kledingateliers verbeteren. “Maar het probleem moet breder worden bekeken,” voert de wetenschapster aan. “Designers moeten de levenscyclus van de kleding verlengen. Bovendien moeten retailers de consument aanmoedigen producten te kopen die beter zijn gemaakt en meer dan één seizoen meegaan.”

“De hele textielketen moet worden geëvalueerd,” zegt professor Shephard nog. “Daarbij moet ook worden bekeken op welke manier gebruikte verfproducten verder worden behandeld, welke chemische materialen in de eindproducten worden verwerkt en welke arbeidsvoorwaarden in de productie van kleding worden gehanteerd. De zware ongevallen dit jaar in de Bengaalse textielfabrieken, waarbij meer dan duizend werknemers het leven lieten, hebben bij veel mensen de ogen geopend. Maar ook elders in de wereld moeten de arbeidsomstandigheden voor textielarbeiders dringend worden verbeterd.”

Professor Shephard merkt op dat het begrip van fast textile een relatief recente trend is. “Tot het midden van de twintigste eeuw werd het grootste gedeelte van de kleding door binnenlandse producenten geleverd,” merkt ze op. “Kleding was duurder en werd minder vaak gekocht. Dat begon echter te veranderen toen de productie naar goedkope fabrikanten in het buitenland werd overgeheveld. Kleding vertegenwoordigt één van de weinige producten die in de loop van de tijd goedkoper zijn geworden.” De onderzoekers merken op dat de consument niet negatief staat tegenover het concept van slow fashion, maar over onvoldoende expertise lijkt te beschikken om geïnformeerde keuzes te kunnen maken.

“Jonge consumenten zijn overtuigd van het nut van de recyclage van drankenflessen, maar mode wordt niet als een recycleerbaar product beschouwd,” geeft professor Shephard nog aan. “Aan die perceptie moet dringend worden gewerkt. Daarbij moet worden benadrukt dat men niet aan verspilling hoeft te doen om modieus te zijn.” (MH)