Cover image

Wat de leeftijd van Nobelprijswinnaars ons vertelt over creativiteit

[PICTURE|sitecpic|lowres]De meeste creatieve genieën realiseren hun grote doorbraak pas als gevorderde dertiger. Dat is de slotsom van een onderzoek van het Amerikaanse National Bureau of Economic Research (NBER) naar het werk van grote uitvinders en Nobelprijs-winnaars, die meestal hun grote wetenschappelijke doorbraak bleken te realiseren bij het naderen van hun veertigste levensjaar. Er wordt aan toegevoegd dat die piek in wetenschappelijk succes in de loop van de voorbije eeuw geleidelijk aan naar een latere leeftijd is verschoven. Dat kan volgens de Amerikaanse denktank worden verklaard door het feit dat hedendaagse wetenschappers in de aanloop naar hun doorbraak een veel grotere knowhow dienen op te bouwen dan hun voorgangers.

“Opleiding vergt van de huidige generatie wetenschappers een zware investering in tijd,” stippen de onderzoekers aan. “Meestal zijn deze wetenschappers nagenoeg dertig jaar wanneer ze hun academische opleiding afronden. Daarna moet echter ook enkele jaren worden besteed om in het vak ingewerkt te raken, zodat het wetenschappelijk werk pas vruchten kan afwerpen wanneer de onderzoeker bijna veertig jaar oud is. Het is daarnaast ook minder vanzelfsprekend dat op latere leeftijd nog doorbraken worden gerealiseerd. Met het vorderen van de leeftijd wordt immers minder tijd geïnvesteerd in verdere opleiding en specialisering en worden ook de vaardigheden gradueel minder relevant.”

De onderzoekers stelden vast dat theoretische wetenschappers ongeveer 4,6 jaar eerder hun piek bereiken dan collega’s uit experimentele richtingen. “Theoretische wetenschappers hoeven niet te wachten op een reeks experimenten die moeten worden afgewerkt en gepubliceerd,” wordt het verschil uitgelegd. “Mogelijk nog belangrijker is echter dat de theoretici bij hun intrede in de sector vaak oog hebben voor lacunes en nuances die door veteranen over het hoofd worden gezien. Conceptueel werk wordt immers vaak gekenmerkt door een radikale breuk met bestaande paradigma’s en de capaciteit om die afwijkingen te identificeren is het grootste bij de initiële blootstelling aan de problematiek.”

Een absolute regel is de prestatiepiek als dertiger echter niet. Vermaarde dichters zoals Robert Frost en William Carlos Williams creëerden een groot gedeelte van hun beste werk nadat ze de leeftijdsgrens van vijftig jaar al hadden gepasseerd. Ook schilder Paul Cézanne produceerde zijn meest gewaardeerde portfolio in het jaar dat hij zou overlijden.