Cover image

Globalisering trekt duidelijke lijn tussen clusters van arme en rijke landen

[PICTURE|sitecpic|lowres]De globalisering heeft van de wereld weliswaar een betere en meer gelijkwaardige plaats gemaakt voor grotere groepen mensen dan enkele decennia geleden, maar heeft ook gestalte gegeven aan twee duidelijk gedefinieerde werelden van arme versus rijke landen. Dat blijkt uit een rapport van wetenschappers aan de Universitad de Cantabria in Spanje naar de verdeling van welzijn door de globalisering tijdens de laatste drie decennia. De intensiteit waarmee het welzijn is toegenomen, verschilt volgens de onderzoekers van land tot land. Daarbij wordt een cluster opgemerkt van de minst ontwikkelde landen in vooral de Afrikaanse Sub-Sahara en wordt anderzijds ook een groep hoog ontwikkelde landen geïdentificeerd.

“Onderzoek van de Verenigde Naties toont aan dat de algemene inkomensongelijkheid tussen de verschillende landen met minder dan 10 procent is gedaald,” zeggen de onderzoekers Vanesa Jordá en Jose María Sarabia, docenten economie aan de Universitad de Cantabria. “Door de zogenaamde armoedeval hebben arme landen het bijzonder moeilijk om in de concurrende wereldmarkt aan belang te winnen. De vooruitgang wordt belemmerd door problemen met het verwerven van voorraden en diensten, waardoor het voor deze landen moeilijk wordt om toegang te krijgen tot de wereldmarkten. Bovendien worden buitenlandse investeringen vooral geconcentreerd in olieproducerende regio’s.”

“In elke regio kunnen dan ook leidende landen worden geïdentificeerd die er wel in slagen om deze obstakels te overwinnen, waardoor ze een hogere graad van ontwikkeling kunnen bereiken dan hun buurlanden,” benadrukken Jordá en Sarabia. “De beste resultaten van de globalisering konden worden teruggevonden in het onderwijs, waar de ongelijkheid met 64 procent kon worden teruggeschroefd. Dat is vooral te danken aan de grotere inspanningen die in de ontwikkelingslanden de voorbije veertig jaar zijn gedaan om het onderwijs te ondersteunen. Vooral in Azië kon daarbij een duidelijke vooruitgang worden opgemerkt.”

“Op gebied van gezondheid konden er tijdens de jaren negentig daarentegen geen echte vorderingen worden geboekt,” wordt er opgemerkt. “Het voorbije decennium kon daarin echter wel een verandering worden opgemerkt, dankzij de vooruitgang in gezondheidstechnologie en de toegang tot geneesmiddelen. Onder meer daardoor kon een belangrijke verbetering worden opgemerkt in onder meer de aanpak van aids, tuberculose en malaria. Concluderend kan echter gesteld worden dat de globalisering in de meeste landen weliswaar een aantal aspecten van het welzijn heeft bevorderd, maar een aantal andere naties is er door barrières op het gebied van gezondheid en inkomen niet in geslaagd om daarvan de vruchten te plukken.” (mah)