Rijken kopen vastgoed, de armen willen goud…

De visie van het individu op de maatschappij kan heel goed worden afgeleid uit de voorkeuren voor investeringen op lange termijn. Dat zegt Barry Ritholtz, financieel columnist bij Bloomberg View, in een commentaar op een enquête van het onderzoeksbureau Gallup rond de favoriete investerings-opties bij de Amerikaanse bevolking.


De resultaten geven volgens Ritholtz duidelijk aan dat de rijkere bevolkingscategorie vooral geïnteresseerd is in onroerend goed en waardepapier, terwijl de lagere inkomens een opmerkelijke voorkeur vertonen voor goud. Die verschillen tonen volgens de columnist het grotere positivisme bij de rijkere bevolkingsklasse.

“De voorliefde van de rijkere klasse voor vastgoed en aandelenpapier moet wellicht gekoppeld worden aan de opgedane ervaring met deze vorm van investeringen,” stipt Ritholtz aan. “In de hoogste inkomenscategorieën beschikt 87 procent van de Amerikaanse gezinnen over een eigen woning, gevolgd door de middenklassen (66 procent) en de lagere inkomens (36 procent."


"Bovendien blijkt uit het onderzoek van Gallup dat 33 procent van de huiseigenaars vastgoed de beste investering op lange termijn noemt, tegenover 24 procent bij huurders. In de lagere inkomenscategorieën noemt 31 procent goud daarentegen de beste investering op lange termijn, tegenover 18 procent bij de meest welgestelde gezinnen.”

“Het is niet bijzonder moeilijk een verklaring te vinden voor het fenomeen,” zegt de columnist. “Om te kunnen investeren in vastgoed, moet immers aan een aantal voorwaarden kunnen worden voldaan. Voor de aankoop van vastgoed moet men over een vast inkomen beschikken, geld opzij hebben gezet voor de afbetaling van de hypotheek en toegang kunnen hebben tot een aanvaardbaar krediet."


"De overtuiging weerspiegelt echter ook een geloof in de legitimiteit van de lokale vastgoedwetten en het legale systeem, waarbij men zich zeker weet in het eigendom en de garantie ervaart dat niemand het goed illegaal kan ontvreemden.”

Aandelen hebben volgens Ritholtz een gelijkaardige eigenschap. “Investeringen in waardepapier weerspiegelen immers een vaste overtuiging dat het land zijn productie van goederen en diensten zal blijven verhogen,” voert hij aan. “Aandelen zijn nagenoeg bij definitie een optimistische activa-categorie.”


Ritholtz stipt nog aan dat bij het opstarten van een bedrijf meer nodig is dan kapitaal en een specifieke graad van optimisme weerspiegelt die verder gaat dan louter economische hoop op succes. Hij heeft het daarbij over een geloof dat de bestaande economische, juridische en bestuurlijke systemen aan de basis een fundamentele vorm van eerlijkheid hebben en het bedrijf op zijn merites zal worden beoordeeld.

Ritholtz wijst er anderzijds op dat goud relatief gemakkelijk kan worden vervoerd en dan ook illegaal kan worden verhandeld. “Goud is een eigendom voor een rampscenario,” merkt hij op. “Er kan immers worden aangenomen dat goud ook nog altijd zijn waarde zal behouden in een tijdperk waarin de andere bouwstenen van de samenleving worden afgebroken."


"Goud vertegenwoordigt dan ook een verzekering tegen een mogelijke ineenstorting van de bestaande orde. Beleggingen in goud kunnen dan ook als een pessimistische investering worden bestempeld.” (mah)