Als de armoede in de ontwikkelingslanden zo spectaculair daalt, waarom lezen we daar dan zo weinig over?

Op het einde van het voorbije decennium leefde nog 18 procent van de wereldbevolking in extreme armoede en had dus minder dan 1,25 dollar per dag ter beschikking om in zijn levensbehoefte te voorzien. In het begin van de jaren negentig werd wereldwijd echter nog een armoedeniveau van 36 procent opgetekend.

De inspanningen van de internationale gemeenschap om de armoede te bestrijden, hebben dan ook duidelijk resultaten opgeleverd, maar Alex Mayyasi, analist bij het online magazine Priceonomics, merkt op dat aan die resultaten opvallend weinig ruchtbaarheid wordt gegeven. Daarvoor kunnen volgens Mayyasi echter een aantal duidelijke verklaringen worden gegeven.

“Het westen voelt weinig van de strijd tegen armoede,” verduidelijkt Alex Mayyasi. “Op wereldwijd niveau is de ongelijkheid weliswaar afgenomen, maar in het westen is de kloof tussen rijk en arm alleen nog maar groter geworden. Het westerse publiek is dan ook weinig gevoelig voor de vorderingen die in andere landen worden gemaakt."

"Bovendien moet er rekening mee gehouden worden met het feit dat de strijd tegen de armoede vooral resultaten kan tonen in landen zoals China, een aantal andere Aziatische naties en Rusland, die bij hun economische groei echter alle aanbevelingen van organisaties zoals de Wereldbank naast zich hebben neergelegd en een eigen weg hebben gevolgd.”

“De westerse wereld voelt zich dan ook niet echt geroepen om de successen van de armoedebestrijding rond te bazuinen,” merkt Mayyasi nog op. “Bovendien moet gevreesd worden dat de meest haalbare doelstellingen van de armoedebestrijding-programma’s al zijn gehaald. Het wordt wellicht veel moeilijker om nog verdere stappen te zetten."

"Men mag niet vergeten dat de armoedebestrijding vooral een succes is gebleken in Azië, maar in Afrika nog een bijzonder grote weg dient af te leggen. Indien de wereldwijde armoedegraad tegen het einde van volgend decennium beperkt moet worden tot 3 procent, zoals de Wereldbank aangeeft, moeten dan ook vooral bijzonder moeilijke regio’s in Afrika worden aangepakt.”

“Armoedebestrijding wordt in een aantal Afrikaanse landen, maar ook in naties zoals Haiti, Myanmar of Jemen bijzonder moeilijk,” geeft ook econoom Paul Collier toe. “Deze landen zitten gevangen in bepaalde structuren, niet zelden door een wisselwerking tussen armoede en burgeroorlogen."

"Bovendien heeft een groot aantal van de betrokken landen geen enkele toegang tot de zee, waardoor de handel wordt bemoeilijkt en de economieën in belangrijke mate afhankelijk worden van de goodwill van buurlanden, die vaak met dezelfde problemen worden geconfronteerd. Bovendien worden de betrokken landen meestal ook niet goed bestuurd en worden ze door dictators en hun families leeggeplunderd.”

Volgens wetenschappers van het Joan Shorenstein Centre aan de Harvard University hebben internationale organisaties er bovendien alle belang bij dat er niet teveel aandacht wordt gevestigd op de gerealiseerde successen. Om toekomstige projecten te kunnen realiseren, moet er immers nadruk worden gelegd op resultaten die nog moeten worden bereikt.

Ook fondsenwerving werkt volgens het Joan Shorenstein Centre gemakkelijker wanneer een somber situatie kan worden geschetst en journalisten kunnen worden verleid om mee te werken aan de instandhouding van het armoedebeeld. Op die manier slagen een aantal organisaties er volgens de onderzoekers bovendien in om hun bestaansreden te blijven bewijzen. (mah)