Cover image

Talentprogramma moet afrekenen met arrogantie en frustratie

Er moet bijzonder omzichtig worden omgesprongen met de talentprogramma’s die ondernemingen opzetten om hun meest veelbelovende werknemers te begeleiden en verder op te leiden en te specialiseren. Dat zegt Adrian Furnham, professor psychologie aan het University College London.


De Britse psycholoog wijst erop dat deze programma’s bij talentvolle werknemers tot zelfvoldaanheid en arrogantie kunnen leiden, terwijl andere werknemers gefrustreerd dreigen achter te blijven. Volgens professor Furnham richten personeelsverantwoordelijken vaak teveel middelen op de ontwikkeling van programma’s voor talentvolle medewerkers en krijgen andere personeelsleden te weinig kansen.

“Werknemers met een groot potentieel kunnen, indien ze niet goed worden opgevolgd, de organisatie voor grote problemen plaatsen,” benadrukt professor Furnham. “De financiële crisis is daarvan een sprekend voorbeeld."


"De banken telden heel wat medewerkers die als grote talenten werden bestempeld en de kans kregen om bijzonder risicovolle beslissingen te nemen, waarvoor ze ook rijkelijk werden beloond. Het probleem was echter dat ze in hun uiteindelijke neergang ook het hele bedrijf meesleurden."


"Human resources toont zich in het selecteren van gewenste eigenschappen, zoals zelfvertrouwen, vaak bijzonder onderlegd, maar kan veelal niet uitsluiten dat die keuzes uiteindelijk tot uitwassen kunnen leiden.”

“Zelfvertrouwen kan een bijzonder nuttige eigenschap zijn,” zegt Adrian Furnham. “Wanneer dat zelfvertrouwen echter alle grenzen laat varen en in narcisme uitmondt, dreigt de organisatie met een problematische situatie geconfronteerd te worden. Bovendien mag men niet vergeten dat talent-programma’s binnen de onderneming ook tot een verdeeldheid tussen de medewerkers kan leiden."


"Talent wordt vaak al in een vroeg stadium van de carrière geïdentificeerd en geselecteerd. Dat kan echter aanleiding geven tot een gesplitst carrière-beleid, waarbij andere werknemers de perceptie krijgen dat het bedrijf hen in de kou laat staan of aan de kant schuift.”

“Indien bedrijven niet omzichtig omgaan met hun talentprogramma’s, dreigt binnen het personeelsbestand een confrontatie tussen een geselecteerde elite-groep en de werknemers die weinig ondersteuning en waardering ervaren,” waarschuwt professor Furnham.


“De elite-groep zou zich mogelijk overdreven comfortabel kunnen voelen omdat de werknemers weten dat alle middelen aan hun ontwikkeling zullen worden besteed. Collega’s die niet aan de gestelde talent-normen voldoen, dreigen daardoor gefrustreerd en boos te worden omdat ze van mening zijn onrechtvaardig behandeld te worden en door de onderneming afgewezen te worden.” (mah)