Cover image

Hoe verklaart de wetenschap drankmisbruik?

De aantrekkingskracht van alcohol op de mens gaat minstens achttien miljoen jaar terug, tot de opkomst van de grote apen. Dat wordt naar voor gebracht in het boek ‘The Drunken Monkey’ van de Amerikaanse evolutie-psycholoog Robert Dudley. Een voorliefde voor het gebruik van alcoholische dranken kan volgens Dudley dan ook evolutionair worden verklaard.


De interesse voor alcohol moet volgens de onderzoeker immers worden beschouwd als een concept dat oorspronkelijk een belangrijke basis vormde voor een verhoogde efficiëntie van de fouragering met calorierijk fruit, maar in de moderne samenleving voor sommigen te krachtig is om te kunnen weerstaan.

“De aantrekkingskracht van alcohol moet worden gezocht in de speurtocht naar voeding met het grootste aantal calorieën,” benadrukt Robert Dudley. “De meerderheid van de primaten gebruiken een fruitrijk diëet. Ook de mens vertoont nog gedrag dat verwijst naar die historische relatie met fruit."




"Vastgesteld kan worden dat de consument het fruit vaak ruikt en aanraakt om het beste exemplaar te selecteren. Primaten vertonen een gelijkaardig gedrag. In vergelijking met andere zoogdieren zijn primaten bijzonder geschikt om grote concentraties suiker en alcohol te herkennen. Dat moet ervoor zorgen dat het fruit met de juiste graad van rijpheid wordt geselecteerd.”

Bij een optimale rijpheid vertoont het fruit volgens Dudley een beperkte aanwezigheid van alcohol. “In lage concentraties biedt alcohol diverse voordelen, met inbegrip van een langere levensduur en een verhoogde appetijt, waardoor per voedingsessie meer calorieën worden opgenomen,” voert de onderzoeker aan.





De wetenschapper verwijst naar anecdotische verhalen over dronkenschap bij bavianen, chimpansees en vogels, maar hij voert aan dat meer onderzoek noodzakelijk is om een beter inzicht te verwerven in de impact van alcohol op de dieren. Daarbij moet volgens Dudley gekeken worden naar onder meer de typische alcohol-concentraties in fruit en de stap van natuurlijke blootstelling naar verslaving.

Ook de genetische invloed op alcohol-voorkeuren moet volgens Dudley verder worden bekeken. De onderzoeker stelde daarbij tevens vast dat genetische verschillen ook een verklaring kunnen vormen voor de uiteenlopende alcohol-tolerantie in de diverse culturen. “In Oost-Azië kan een opmerkelijk lagere tolerantie voor alcohol worden opgetekend,” voert Dudley aan.





“In het lichaam van Oost-Aziaten kan een grotere opstapeling van toxische bestanddelen worden opgemerkt, waardoor de consumptie van alcohol vaak minder aangenaam wordt. Er kan daarbij een band vermoed worden met de rijstcultuur, die tijdens dezelfde periode werd geïntroduceerd.”

“De psycho-actieve effecten van alcohol in suikerrijk fruit kunnen worden gelinkt aan de zoektocht van hongerige primaten naar schaarse calorie-voorraden in het woud,” benadrukt Dudley. “Daardoor zit alcohol in de evolutionair geërfde bagage van de moderne mens."





"Door het filteren van de alcohol uit het fruit, kunnen echter hogere niveaus van psycho-actieve beloningen worden gegenereerd, wat in een aantal omstandigheden tot een overdreven consumptie zal leiden. Dat gebeurde ongeveer twaalfduizend jaar geleden met de introductie van de landbouw. Die trend werd nog versterkt door de intrede van het distilliatie-proces zevenhonderd tot duizend jaar geleden.”

“Door die evoluties heeft het individu toegang tot grote voorraden sterkere alcohol,” zegt Dudley nog. “Op die manier kunnen de natuurlijke grenzen van de alcohol-consumptie helemaal worden genegeerd. De fruitconsumptie zorgde bij de dieren voor een gevulde maag vooraleer ze tekenen van dronkenschap vertonen."





"Door de grotere concentraties van de alcoholische dranken kan de mens die beperkingen wel omzeilen. Drankmisbruik kan onder invloed van de moderne technologische omgeving dan ook gelinkt worden aan een overdreven voedingsaanbod, net zoals de overdaad aan calorieën in de supermarkten kan worden verbonden met diabetes en overgewicht.”

“Onze huidige voedingsomgeving verschilt fundamenteel van het historische aanbod,” benadrukt Dudley. “De hersenen hebben echter niet diezelfde evolutie gevolgd.” (mah)