Cover image

6 economische mythes en de realiteit (volgens de Oostenrijkse School)

Bepaalde zaken worden elke dag  in de mainstream economische pers herhaald, hoewel ze vanuit het perspectief van de Oostenrijkse School in de economische wetenschap nergens op slaan. Patrick Barron, bankadviseur, docent aan de universiteiten van Wisconsin en Iowa en onderzoeker in de Oostenrijkse traditie, noemt zes van de meest hardnekkige economische mythes op.



Mythe 1: Meer geld leidt tot economische welvaart


Volgens het Keynesiaans verhaal leidt stimulus van de geaggregeerde vraag via uitbreiding van de geldvoorraad tot hogere uitgaven, hogere tewerkstelling, hogere productiviteit en een hogere levensstandaard. Doch volgens Oostenrijkse economen moedigt dit eerder de verkeerde beleggingen aan door de tijdsstructuur van de economische productie te verstoren.



Goedkoper geld stimuleert dus beleggingen die anders terecht niet zouden zijn gemaakt. Wanneer de geldvoorraad stijgt, maar individuele tijdspreferenties (en de hoeveelheid spaargeld) ongewijzigd blijven, moeten op termijn de prijzen stijgen. Op dat moment barst de bubbel wanneer veel gestarte projecten te inefficiënt blijken te zijn en moeten worden stopgezet, met kapitaalverlies tot gevolg.



Mythe 2: Interestmanipulatie leidt tot economische welvaart


Lagere interesten zouden altijd voordelig zijn en daarom steunen Keynesiaanse economen meestal artificiële neerwaartse manipulaties van de rente via openmarktoperaties. De realiteit is echter dat interesten een product zijn van de markt. Ze reflecteren de tijdspreferenties van individuen in de maatschappij en het evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod aan uitleenbare middelen.



Het is dan ook niet zo dat lagere interesten altijd beter zijn. Artificiële wijziging van de rente verstoort de optimale allocatie van leningen aan de best mogelijke projecten en opportuniteiten. Interestmanipulatie is “monetaire waanzin bij machtshebbers die denken de impact van miljarden constant veranderende beslissingen inzake vraag en aanbod naar geld te kunnen voorspellen.”



Mythe 3: Lagere wisselkoersen leiden tot een exportgedreven economisch herstel


Landen kunnen anderen landen via wisselkoersmanipulatie niet dwingen om hun nationale economieën te subsidiëren. Meer eigen valuta in ruil voor buitenlandse munten geven stimuleert op de korte termijn buitenlandse kopers, maar veroorzaakt later hogere prijzen in de lokale economie.



In de praktijk komt een dergelijk beleid neer op een transfer van middelen. Buitenlandse kopers winnen het meest (althans tot het prijspeil stijgt en men een nieuwe, drastischere manipulatieronde voorstelt) en binnenlandse exporteurs ook, maar in mindere mate. De rekening komt echter toe aan binnenlandse niet-exporteurs.



Mythe 4: Uitbreiding van de geldvoorraad veroorzaakt geen inflatie


Volgens tal van economen veroorzaakt een hogere geldvoorraad geen inflatie, maar vanuit Oostenrijks perspectief kan men niet ontsnappen aan fundamentele economische wetten. Er is altijd een positief verband tussen de geldvoorraad en het prijsniveau, zelfs als het oorspronkelijk eerder omgekeerd lijkt te verlopen in een situatie waarin veel geld wordt opgepot.



Volgens de 20ste-eeuwse Oostenrijkse econoom Ludwig van Mises is dat echter slechts het eerste stadium van het inflatieproces: mensen verwachten geen stijgende prijzen en verhogen hun uitgaven niet. In het tweede stadium beseffen ze dat de prijzen wél zullen blijven stijgen en beginnen ze hun opgepotte geld aan te wenden. In het derde stadium loopt de inflatie geheel uit de hand en verliest geld zijn waarde.



Mythe 5: Meer, betere en strengere regulering kan crisissen bedwingen en verliezen vermijden


Politici en hun regulerende instanties schreeuwen dat alle voorgaande crisissen veroorzaakt werden door domheid, hebzucht, criminele bankiers, bedrijven, de vorige coalitie, collectieve waanzin of eender welke andere factor, zolang hen zelf maar geen enkele schuld treft. Hun oplossing is dan natuurlijk om meer macht bij hen en hun leger van regelgevers te concentreren.



Doch volgens Barron kan geen enkele regel vermijden dat uitbreiding van de geldvoorraad tot verkeerde langetermijnbeleggingen en verstoring van de financiële tijdsstructuur leidt. Bij een dergelijke door de overheid veroorzaakte crisis zijn bank- en beleggingsverliezen onvermijdelijk.



Mythe 6: De overheid kan hyperinflatie voorkomen


Volgens onze economische meesters is de geldvoorraad niet gelinkt aan hogere prijzen en is hyperinflatie iets uit het verre verleden. Hyperinflatie valt echter per definitie niet te controleren omdat dit het gevolg is van een collectief verlies aan vertrouwen in een geldeenheid.



Wanneer een bevolking in paniek slaat over een munt, is de overheid geheel machteloos want niemand wil dan als laatste overblijven met waardeloze bankbiljetten. Meer nog: in elk geval van hyperinflatie gooide de overheid nog olie op het vuur door op het kritieke moment onder politieke druk de publieke uitbetalingen aan machtige belangengroepen nog te verhogen. (via Mises Canada en Zero Hedge)