'Het succes van kleine staten': Catalonië en Schotland zijn beter af alleen... Wat met Vlaanderen?

Catalonië en Schotland zijn beter af als onafhankelijke staten. Tot die conclusie komen onderzoekers van het Credit Suisse Research Institute in hun studie “The Success of Small States", die stilstaat bij de opkomst van kleinere staten.  


Sinds 1945 kunnen tweederde van de 143 bijkomende staten die het lidmaatschap van de VN hebben aangevraagd worden beschouwd als ‘kleine staten’ (< 10 miljoen inwoners). 


Ondanks dat een aantal kleinere staten (IJsland, Ierland en Griekenland) hard getroffen werd door de financiële crisis, hebben vele kleine staten de succesverhalen van de voorbije 20 jaar geschreven. De onderzoekers wijzen daarbij naar bijvoorbeeld Zwitserland en Zweden, die de eurocrisis veel beter doorstonden dan een reeks grotere landen. Ook de economische groei van een aantal kleinere staten in de Golfregio is opmerkelijk.


Volgens Credit Suisse zijn een aantal parameters van belang willen kleine landen succesvol zijn:


1. Opleiding, gezondheidszorg, infrastructuur


Opleiding, gezondheidszorg, infrastructuur zijn de parameters waarmee de Human Development Index van de Verenigde Naties rekening houdt bij zijn jaarlijkste rangschikking. Van de 30 landen die bovenaan deze rangschikking staan zijn de helft zogenaamde ‘kleinere landen’. In deze kleine staten wordt ook een minder grote ongelijkheid op vlak van rijkdom vastgesteld.


2. Homogeniteit


Homogeniteit - een kenmerk van kleinere staten - speelt een belangrijke rol. Volgens de auteurs van het rapport ‘creëren culturele, etnische, religieuze en taaldiversiteit een plafond voor de potentiële omvang van een land.’


3. Ze staan open voor handel


Hun drang om handel te voeren is een belangrijke maatstaf van succes. ‘Algemeen mag worden gesteld dat kleinere landen meer open staan voor handel en dat ze de globalisering beter hebben omarmd dan grotere landen. Hun specialisering helpt hen meer successen te boeken in een steeds meer concurrentiële omgeving, waardoor ze buitenlandse filialen van grote bedrijven kunnen aantrekken. Daardoor genereren ze meerwaarde voor zowel ‘het kleine-’ als het thuisland.'


4. Schaaleconomieën


In tegenstelling tot wat verwacht zou kunnen worden heffen grotere landen hogere belastingen bij hun burgers  - gemiddeld zo’n 5%. De kost om de overheid te financieren ligt dus hoger bij grotere dan bij kleinere landen. Dat geldt tevens voor de bedrijfsbelastingen, die hoger liggen in grotere landen.


5. De invloed van 'vintage'


Hoewel de studie concludeert dat kleinere landen vaak succesvoller zijn dan hun grotere collega’s, constateert de studie een belangrijk verschil wanneer de economische, sociale en institutionele prestaties van ‘oude’ en ‘nieuwe’ kleine landen worden vergeleken.


Met andere woorden: omdat in sommige nieuwe 'kleine' staten het institutioneel en legaal kader nog onvoldoende ontwikkeld is, kan het jaren duren vooraleer deze landen de vruchten van bovenvermelde voordelen plukt. Slovakije is daarvan een voorbeeld. De auteurs merken tenslotte nog op dat vaak naar kleine Alpijnse en Scandinavische landen wordt verwezen als zijnde modellanden voor opkomende kleine staten. Doch de auteurs merken op dat vele factoren die tot het succes van deze staten hebben bijgedragen, eenvoudigweg niet transferabel zijn naar nieuwe kleine staten. 


De studie merkt op dat verschillende separatistische bewegingen bestaan en noemt daarbij naast Catalonië en Schotland ook Vlaanderen en Québec. Indien deze fictief in een aangepaste HDI Index worden bijgevoegd, zou Québec hoogst scoren op een 13de plaats, twee plaatsen lager dan Canada. Maar Catalonië (22) en Schotland (26) zouden apart hoger scoren dan Spanje (27) en het Verenigd Koninkrijk (32) vandaag. Erger nog, een Spanje zonder Catalonië zou terugvallen naar een 30ste plaats, terwijl een VK minus Schotland zelfs naar een 34ste plaats zakt.


De studie plaatst een onafhankelijk Vlaanderen op een 19de plaats, één plaats onder België. Een onafhankelijk Wallonië rangschikt dan weer 35ste, net boven Griekenland en onder het VK zonder Schotland. Waar België zonder Vlaanderen zou terechtkomen werd niet berekend, maar waarschijnlijk een pak lager.