In Pakistan worden gemiddeld 4 scholen per week aangevallen

Zes leden van de islamitische guerillabeweging Taliban hebben dinsdag een bloedbad aangericht in een school in de Pakistaanse stad Peshawar. Daarbij zijn meer dan 130 doden gevallen, voornamelijk kinderen. Het gaat ongetwijfeld om de bloedigste aanslag sinds jaren, maar zeker niet de enige. Scholen zijn een geliefkoosd doelwit van de extremisten van de Taliban.


Uit cijfers van het Global Coalition to Protect Education from Attack (GCPEA) blijkt dat tussen 2009 en 2012 zo maar eventjes 838 Pakistaanse scholen doelwit waren van een aanslag. Dat zijn er omgerekend meer dan vier per week. Deze onbevattelijke cijfers plaatsen het land op een eenzame eerste plaats in de wereldrangschikking van de scholenterreur. Het resultaat is dramatisch: honderdduizenden kinderen kunnen gewoon niet naar school.


De Nobelprijs voor de Vrede die eerder dit jaar aan de jonge activiste Malala Yousafzai werd toegekend, die de wereld afreist om deze schrijnende toestand bij de wereldgemeenschap aan te klagen, lijkt daar voorlopig weinig verandering in te hebben kunnen brengen. Volgens Ahmed Rashid, een expert inzake islamterreur, zouden de Taliban met deze aanslag ook Malala een boodschap hebben willen meegeven.