Cover image

11 redenen waarom Brazilië het nieuwe Griekenland wordt

Brazilië heeft alle redenen om 2016 vrolijk in te zetten: karnavalsstad Rio ontvangt straks de Olympische Spelen, een primeur voor Zuid-Amerika.


Over de organisatie moeten de atleten zich weinig zorgen maken. Als er een zaak is die de 'carioca's' kunnen is het een feest bouwen. Maar de Brazilianen zijn alles behalve in een jolly mood. Het land staat aan de rand van de politieke en economische afgrond.

De afzettingsprocedure die tegen president Dilma Rousseff loopt is misschien de meest duidelijke exponent van de Braziliaanse malaise, maar de oorzaken liggen volgens The Economist veel dieper:

1. Eind 2016 zal de Braziliaanse economie 8% kleiner zijn dan begin 2014, toen ze voor het laatst groei liet optekenen, Het bbp pro capita zal dan 20% lager liggen dan begin 2010. Niet slechter dan, maar wel gevaarlijk dicht in de buurt van wat Griekenland meemaakt.


2. Analisten van de Barclays bank schatten dat de Braziliaanse schuld tegen 2019 ruim 93% van het bbp zal bedragen; onder opkomende economieën doen enkel Oekraïne en Hongarije slechter. Hoewel dat percentage in vergelijking met Japan (246%) en Griekenland (197%) nog aan de lage kant lijkt, zijn deze beide laatste landen rijk, terwijl Brazilië dat niet is. In verhouding tot zijn rijkdom is de Braziliaanse schuld hoger dan de Japanse en bijna dubbel zo hoog als de Griekse.

3. Structurele gebreken in de manier waarop Brazilië zijn geld spendeert maakt dat het land extra hard getroffen wordt door de instorting van grondstoffenprijzen, waaronder, olie, ijzererts en soja. Volgens berekeningen van Credit Suisse is de Braziliaanse grondstoffenindex sinds begin 2011 met 41% gedaald.

4. Twee kredietbeoordelingsagentschappen hebben Braziliaans staatspapier gedegradeerd tot de rommelstatus (‘junk’).

Politiek


5. Van de politiek moet weinig worden verwacht: het poiltieke landschap is erg versnipperd omdat er geen kiesdrempel bestaat. Dat betekent dat wie 0,02% van de stemmen haalt een zitje in het congres kan bemachtigen. Sinds 1990 is het aantal politieke partijen dan ook gegroeid van 10 tot 28. De drie grootste partijen - PT, PMDB en de cemtrum-rechtse oppositiepartij PSDB - hebben in het Lagerhuis samen amper 182 van de 513 zetels en 42 van de 81 senatoren.

6. 32 congresleden - veelal lid van Rousseffs arbeiderspartij PT - worden er van verdacht in ruil voor lucratieve contracten miljarden dollars smeergeld te hebben ontvangen van de olie- en gasmaatschappij Petrobras.


Pensioenen


7. Vrouwen gaan gemiddeld op hun 50ste met pensioen; mannen op hun 55ste. Dat is zo’n 10 jaar eerder dan het gemiddelde in de OESO-landen. Het land betaalt dan ook het equivalent van 12% van zijn bruto binnenlands product aan pensioenen, dat is in verhouding meer dan het oudere en rijkere Japan.

Bureaucratie


8. Een gewoon productiebedrijf heeft in Brazilië gemiddeld 2.600 uur nodig om in orde te zijn met de administratie die de belastingdienst vereist; het Zuid-Amerikaanse gemiddelde is 356 uur.

9. 90% van de openbare uitgaven is beschermd tegen besparingen. Dat is een gevolg van de grondwet die in 1988 werd ingevoerd en die het einde van de militaire dictatuur wilde vieren door de Brazilianen genereuze werkvoordelen en makkelijke toegang tot uitkeringen te geven.

10. Tijdens Roussefs eerste ambtstermijn (2011 - 2014) werd extravagant en onnodig veel geld gespenderd aan hogere pensioenen en onproductieve belastingvoordelen voor een aantal bevoordeelde sectoren. Het budgettekort steeg van 2% van het bbp in 2010 tot 10% van het bbp in 2015.

11. De Braziliaanse Centrale Bank kan de torenhoge inflatie (10,5%) niet bestrijden met fiscale ingrepen. Renteverhogingen zouden de openbare financiën verder destabiliseren. Het land betaalt vandaag al het equivalent van 7% van het bbp aan rente om zijn openbare schulden te blijven financieren.