Cover image

Merkverwatering: waarom Google niet graag heeft dat u 'googelt'

Google heeft het punt bereikt waarop het even goed een werkwoord als de naam van het bedrijf is geworden. Het gebruik van ‘google’ in de omgangstaal is ondertussen zo wijdverbreid dat bij het Amerikaanse Hooggerechtshof een petitie is ingediend die wil dat moederholding Alphabet het handelsmerk op het woord opgeeft.


De term ‘googelen’ is ondertussen zo veralgemeend, dat het voor het bedrijf steeds moeilijker wordt om het intellectuele eigendom er van te claimen. Hoe populairder een handelsmerk wordt, hoe meer het eigendom van het volk dreigt te worden.




Het antwoord is neen. Vergelijk het met iemand die zich te veel blootstelt aan de zon. Ook dat wordt schadelijk. Onder het Amerikaanse handelsmerkenrecht, wordt een merk dat zo algemeen als woord wordt gebruikt als ‘verlaten’ beschouwd. Dat gebeurt wanneer een merk of dienst een markt in die mate domineert dat de term een indicator wordt van een specifiek product, eerder dan van het bedrijf dat het product maakt of de dienst levert.


Denk aan ‘een kleenex’, ‘een bic’, 'een aspirine' of ‘een thermos’. (Voor oudere lezers 'een kodak'.) Wie ‘Kleenex’ zegt denk aan een zakdoekje dat uit een doos komt, eerder dan aan het bedrijf in kwestie. In dat verband kunnen straks ook Uber en Netflix aan de beurt zijn, twee merken die steeds vaker in het gewone taalgebruik van de Amerikaan opduiken. (‘I ubered home after the game’).



Merkverwatering


In advocatentaal heet dit merkverwatering of in het Engels genericide, wat een samenstelling is van generiek (in de betekenis 'algemeen', 'merkloos') en -cide ('moord').


Bedrijven doen al wat in hun bereik ligt om het te voorkomen, voornamelijk door te verhinderen dat het zo ver kan komen. Een goed voorbeeld daarvan is Adobe, dat zich met hand en tand verzet tegen het gebruik van het werkwoord 'photoshoppen'.


In 2006 werd ‘google’ als werkwoord toegevoegd aan de woordenboeken OED (Oxford English Dictionary) en Merriam-Webster. Ook een reeks Nederlandstalige woordenboeken vermeldt ‘googelen’ als: opzoeken op internet.


Google zelf was ‘not amused’:  Bad. Very, very bad,” schreef het toen in een blogpost.


Maar Chris Gillespie, de man die de petitie bij het Hooggerechtshof indiende, is het daarmee niet eens.



Het Amerikaanse Hooggerechtshof moet de uiteindelijke beslissing nemen


In 2012 registreerde hij niet minder dan 763 domeinnamen waarin het woord ‘google’ stond vermeld en die allen linkten naar een pornografische website. Gillespie had eerst getracht via ICANN, de organisatie die domeinnamen toewijst, ‘google’ in het publieke domein te plaatsen, maar slaagde niet in zijn opzet. Op bevel van een federale rechtbank in Arizona moet hij zijn domeinnamen nu aan Google overmaken, nadat die zijn claim in beroep had verworpen.


Gillespie weigert en grijpt zijn laatste kans bij het Hooggerechtshof, dat zich binnen de 2 à 3 maanden moet uitspreken.