Cover image

Oost-Europeanen keren terug naar huis

West-Europa ziet steeds minder migranten uit het voormalige Oostblok instromen. Niet weinigen geven er zelfs de voorkeur aan om terug te keren naar hun Oost-Europese thuisland.


Onder meer de beslissing van Groot-Brittannië om zich af te scheiden van de Europese Unie heeft de golf immigranten in West-Europa doen afnemen, maar toch moet volgens het magazine The Economist vooral op positieve evoluties in Oost-Europa worden gewezen.

Tussen het begin van de jaren negentig en het midden van dit decennium is de bevolking van Oost-Europa met achttien miljoen inwoners verminderd. Dat betekende een verlies met ongeveer 6 procent.

"Vooral de toetreding tot de Europese Unie zorgde voor een belangrijke leegloop," benadrukt The Economist. "Dat leidde tot diverse problemen. In plaats van uitzicht op nieuwe rijkdom, werden de nieuwe lidstaten van de Europese Unie geconfronteerd met een grote braindrain aan talent."

"In oude lidstaten zoals Frankrijk en Groot-Brittannië rees bovendien de vrees dat deze nieuwkomers de tewerkstelling van de eigen populatie zouden ondermijnen. Maar aan die beweging lijkt stilaan een einde te komen. Er is zelfs sprake van een terugstroom."

Optimisme


Volgens een rapport van de vastgoedgroep Colliers kunnen voor die omgekeerde migratie een aantal redenen naar voor worden geschoven. Daarbij wordt gewag gemaakt van een economische bloei, hogere lonen en de lagere levensduurte.

Opgemerkt wordt dat sinds begin dit decennium de netto emigratie in negen van de elf van de voormalige Oostblok-staten in de Europese Unie is gedaald.

Colliers merkt op dat die terugstroom niet bestaat uit een oudere populatie, maar wel wordt gedragen door een actieve arbeidsbevolking. Deze groep reageert op de groeiende vraag naar arbeid in de regio, waar de werkloosheid nu is teruggevallen tot niveaus tussen 5,3 procent in Roemenië en 2,9 procent in Tsjechië.

“In Hongarije zegt 73 procent van de bedrijfsleiders onvoldoende werknemers te vinden om hun vacatures te kunnen invullen," betoogt The Economist. "Die schaarste zorgt ook voor hogere salarissen. In Tsjechië zijn de lonen op één jaar tijd met 5 procent gestegen en in Hongarije kon zelfs, geholpen door de invoering van een minimumloon, een toename met 15 procent worden gemeld."

"Bovendien beseft een aantal migranten dat ze met de aangeleerde vaardigheden en opgebouwde expertise in eigen land uiteindelijk een hogere positie zullen kunnen bereiken dan in West-Europa. Daarbij kunnen ook signalen van een patriottistisch optimisme worden opgemerkt.”

Daarentegen blijven de fiscale lasten in vergelijking met West-Europa bijzonder laag. In Slowakije is de inkomstenbelasting begrensd op maximaal 25 procent. In Bulgarije is dat zelfs 10 procent.

"Bovendien is huisvesting in Oost-Europa bijzonder goedkoop," aldus het magazine. "Een flat is per vierkante meter in Praag de helft goedkoper dan in Dublin en kost zeven keer minder dan in Londen."

"In een studie van consulent Deloitte wordt zelfs aangegeven dat de levensduurte in Oost-Europa zo laag is dat Tsjechië, Slovakije en Polen - naast Zwitserland en Malta - tot de vijf grootste netto-verdieners van Europa behoren.” (mah)