Cover image

OESO raadt Britten aan Brexit ongedaan te maken

Een tweede referendum dat de beslissing over een brexit zou terugdraaien, zou een belangrijke positieve impact hebben op de economie van Groot-Brittannië.


Dat is de conclusie van een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).

Gewaarschuwd wordt dat Groot-Brittannië volgend jaar nog een economische groei met 1 procent zou kennen, tegenover 1,6 procent dit jaar. De werkloosheid zou tegelijkertijd van 4,5 procent naar 4,8 procent oplopen.

Die cijfers zijn gebaseerd op de veronderstelling dat Groot-Brittannië volgend jaar de Europese Unie zou verlaten en onmiddellijk op de regels van de Wereld Handels Organisatie (WHO) zou terugvallen.

“In vergelijking met een status-quo zou een harde brexit de Britse economische groei volgend jaar met 1,5 procentpunt afremmen,” waarschuwt het rapport. “Zakelijke investeringen zullen vastlopen, terwijl de hogere prijsdruk de consumptie zal afremmen. Bovendien zal het wellicht moeilijker worden om het budgettekort te financieren."

Productiviteit


Groot-Brittannië zou volgens de Oeso echter al die risico’s kunnen vermijden indien de beslissing over de brexit zou worden omgekeerd. "Dat kan onder meer gebeuren door een verschuiving van macht in de Britse regering, maar ook door de organisatie van een nieuw referendum," wordt er opgemerkt.

De Oeso benadrukt echter dat de uitkomsten van de onderhandelingen rond de brexit moeilijk vooraf kunnen worden ingeschat.

“Uiteindelijk zouden de resultaten positiever kunnen zijn dan wordt verwacht,” wordt er aangevoerd. “Daardoor zouden handel, investeringen en groei een belangrijke impuls kunnen krijgen.”

Tevens wordt betoogd dat een overgangsregeling de impact van de brexit zou kunnen afzwakken. De Britse overheid moet volgens de Oeso in elk geval blijven streven naar een intensieve economische samenwerking met de Europese Unie.

Ook moet volgens het rapport de productiviteit van de Britse economie worden gestimuleerd. Dat zou moeten gebeuren door investeringen in lokale en regionale transportinfrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, huisvesting en opleiding.

Philip Hammond, Brits minister van financiën, stelde in een reactie dat de Britse regering het rapport zal bestuderen. “Waar mogelijk kan actie worden ondernomen,” geeft Hammond aan. (mah)