Cover image

Waarom 'fake news' wel degelijk werkt

Internetgeruchten en nepnieuws zijn in de politiek een veel groter probleem dan algemeen wordt verondersteld. Dat blijkt uit een onderzoek van Adam Berinsky, politiek wetenschapper aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT).

Internetgeruchten en nepnieuws zijn in de politiek een veel groter probleem dan algemeen wordt verondersteld. Dat blijkt uit een onderzoek van Adam Berinsky, politiek wetenschapper aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT).


Zelfs met een berg bewijzen die het nepnieuws zouden moeten ontkrachten, blijven volgens Berinsky opvallend veel mensen daadwerkelijk geloof te hechten aan de valse geruchten.

Het probleem dreigt in de toekomst nog meer acuut te worden. Nepnieuws wordt immers vooral verspreid langs de kanalen van de sociale media. Tegelijkertijd blijkt dat steeds meer consumenten sociale media als hun belangrijkste nieuwsbron gebruiken.

“Er zijn verschillende redenen waarom internetgeruchten en nepnieuws een vruchtbaar leven kunnen leiden,” zeggen de onderzoekers. “In eerste instantie zijn er mensen die daadwerkelijk geloof hechten aan de stellingen die hen worden voorgeschoteld."

"Vaak maken deze berichten zich echter schuldig aan extreme overdrijvingen en duidelijke onwaarheden. Daardoor zou het bijna onmogelijk worden geacht dat iemand de gepresenteerde stellingen zou volgen."

"Er kan daarnaast echter ook een groep worden geïdentificeerd die niet echt geloof hecht aan het nepnieuws, maar de berichtgeving vooral bekijkt als een middel om zijn eigen opinies bevestigd te zien.”

Ideologische filter


Uit het onderzoek van Adam Berinsky blijkt echter dat het nepnieuws vooral gedijt op personen die de gelanceerde verhalen letterlijk geloven. Die opmerkelijke vaststelling steunt volgens de onderzoekers vooral op het militante karakter van een aantal groepen, waarbij een ideologische filter wordt gehanteerd om de ontvangen informatie bij te sturen.

Die visies worden bovendien ondersteund door het feit dat die militante stellingen meestal ook niet radicaal kunnen worden tegengesproken. Nagenoeg iedereen weet dat voormalig Amerikaans president Barack Obama een christen is, maar toch kan niemand met zekerheid ontkennen dat hij in het geheim moslim zou kunnen zijn.

Bovendien zorgen voorafgaande vooroordelen er volgens de onderzoekers voor dat de drempel voor de acceptatie van nepnieuws kan worden verlaagd. Men is immers sneller gemotiveerd om informatie te vinden die de eigen bestaande overtuigingen bevestigen.

Bovendien moet volgens Berinsky worden vastgesteld dat ook een feitencontrole relatief weinig succes heeft in de bestrijding van nepnieuws. Diverse sociale media hebben de voorbije periode herhaaldelijk geprobeerd een oplossing voor het probleem te vinden. Echt positieve resultaten heeft dat niet opgeleverd. (mah)