Cover image

Waarom 'Peak oil' niet voor 2040 komt

Er moet voorlopig niet aan een absolute piek in de vraag naar olie worden verwacht. Er zal ook de volgende periode immers nog steeds een stijgende trend kunnen worden genoteerd.


Dat zegt onder meer de Organization of Petroleum Exporting Countries (Opec), die ongeveer 40 procent van de wereldwijde productie vertegenwoordigt.

De Saudische kroonprins Mohammed bin Salman wijst er daarbij op dat de volgende kwarteeuw niet alleen petroleum zal moeten geleverd worden voor de energievoorziening. Er zal volgens ook een belangrijke behoefte kunnen worden opgemerkt vanuit de petrochemische sector en een aantal andere industrieën.

De Opec liet eerder al uitschijnen dat de oliesector, ondanks de opkomst van alternatieven, de volgende jaren nog altijd een lichte groei zou kennen.

Daarbij werd verwezen naar onder meer de vooruitgang van vele ontwikkelingslanden. Die evoluties zouden immers gepaard gaan met een toenemende welvaart van de lokale bevolking. Dat zou leiden tot een verdere groei van de wereldwijde autovloot, waardoor een grotere bevoorrading met brandstoffen noodzakelijk zou zijn.

Groeilanden


Die groei zou de geleidelijke overstap in andere regio’s naar een alternatieve aandrijving ruimschoots compenseren. Bovendien moet ook rekening worden gehouden met een behoefte aan petroleum voor andere toepassingen.

Op dit ogenblik gebruikt de wereldwijde economie ongeveer 1,6 miljoen vaten per dag. Berekeningen van het International Energy Agency (IEA) voorspellen dat die behoefte de volgende jaren geleidelijk verder zal oplopen.

“Op basis van de informatie die op dit ogenblik beschikbaar is, lijkt een piekvraag in de oliesector de volgende twintig jaar alvast niet waarschijnlijk,” zegt ook Gian Maria Milesi-Ferretti, vice-directeur van het onderzoeksdepartement van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

“Dat zou alleen kunnen veranderen door plotselinge grote technologische doorbraken of een spectaculaire terugval van de wereldwijde economie, ook in groeilanden en ontwikkelingslanden.” (mah)