Cover image

Kledingindustrie produceert grotere CO2-uitstoot dan luchtvaart en scheepvaart samen

Kleding moet op een andere manier worden ontworpen en moet langer worden gedragen. Bovendien moet de sector streven naar een maximale recyclage. Dat staat in een rapport van de Ellen MacArthur Foundation.


Alleen op die manier kan volgens de auteurs worden vermeden dat de wereldwijde modesector tegen het midden van deze eeuw een kwart van de jaarlijkse emissies koolstofdioxide zal opeisen.

Ellen MacArthur, zeilster en natuuractiviste, benadrukt dat de productie en het gebruik van kleding dan ook fundamenteel zou worden veranderd. MacArthur krijgt onder meer steun van ontwerpster Stella McCartney.

Uit het rapport blijkt dat het verspilzieke karakter van de modesector een industrie heeft gecreëerd die jaarlijks 1,2 miljard ton broeikasgassen produceert. Die uitstoot is groter dan de gezamenlijke emissies die door de internationale luchtvaart en scheepvaart worden veroorzaakt.

Indien de sector zijn praktijken niet verandert, zal de textielindustrie volgens de auteurs tegen het midden van de eeuw verantwoordelijk zijn voor meer dan 26 procent van de emissies die met een opwarming van de aarde met twee graden Celsius gepaard zouden gaan.

“De textielindustrie creëert een gigantische verspilling en heeft een schadelijke impact op het leefmilieu,” benadrukt Stella McCartney.

Prioriteiten


Het rapport merkt onder meer op dat minder dan 1 procent van het basismateriaal voor de modesector in nieuwe kleding wordt gerecycleerd. De sector zou alleen al in Groot-Brittannië jaarlijks 82 miljoen pond kosten voor afvalverwerking veroorzaken. Elke seconde wordt wereldwijd één vrachtwagenlading kleding weggegooid.

Het gebruik van een kledingstuk door de drager is de voorbije vijftien jaar met 36 procent gedaald. Bovendien komt door het wassen van kleding jaarlijks een half miljoen ton plastic microvezels in het leefmilieu terecht. Dat is zestien keer meer dan de microvervuiling door cosmetica. Deze afvalstromen dragen in belangrijke mate bij tot de contaminatie van de oceanen.

MacArthur pleit voor de creatie van een circulaire textieleconomie, die mode meer duurzaam zou maken. Daarbij wordt gemikt over vier verschillende actiepunten. In eerste instantie moet volgens het rapport het gebruik van schadelijke grondstoffen en de aanwezigheid van microvezels in de afvalketen worden afgebouwd.

Daarnaast moet kleding ook langer en frequenter worden gebruikt, onder meer door de promotie van uitleendiensten op korte termijn te ondersteunen. Ook vraagt MacArthur dat de kwaliteit van de recyclage radicaal wordt verbeterd. Tenslotte moet worden aangestuurd op een verschuiving naar hernieuwbare materialen.

Wel erkent MacArthur dat een ommekeer van een industrie met een omzet van 2,4 biljoen dollar een grote uitdaging vormt. “De huidige textielindustrie is gebaseerd op een verouderd lineair model van productie, consumptie en afschrijving,” aldus de activiste.

Groeimarkten


Nog wordt opgemerkt dat de modesector functioneert volgens een model dat met een bijzonder korte productcyclus werkt. Elk jaar worden meer nieuwe collecties, bovendien aan lagere prijzen, gelanceerd. Meer dan de helft van de zogenaamde fastfashion wordt op minder dan één jaar tijd afgeschreven.

Tegenover het wereldwijde gemiddelde wordt in de Verenigde Staten een kledingstuk tijdens zijn levensloop vier keer minder gedragen. Eenzelfde patroon kan worden opgemerkt in China. Daar is het gebruik van een textielproduct de voorbije vijftien jaar met gemiddeld 70 procent gedaald.

In China en Duitsland erkennen de consumenten bovendien meer kleding te bezitten dan ze nodig hebben. Door kleding vroegtijdig weg te gooien en te vervangen verspillen consumenten wereldwijd jaarlijks een bedrag van 460 miljard dollar.

Ook wordt erop gewezen dat de textielproductie jaarlijks op 98 miljoen ton milieubelastende producten beroep doet. Daarbij wordt gewezen op olieproducten voor de productie van synthetische vezels, meststoffen voor de teelt van katoen en chemicaliën voor de productie, het verven en de afwerking van vezels en textiel.

Tevens werd berekend dat de sector jaarlijks 93 miljard kubieke meter water verbruikt. In een aantal regio’s zorgt de textielindustrie daarmee voor een problematische waterschaarste. De kledingproductie heeft de voorbije vijftien jaar nagenoeg een verdubbeling gekend. Bovendien wordt die groei vooral gedragen door opkomende markten in Azië en Afrika.

Indien de huidige trend wordt verder gezet, zal tegen het midden van deze eeuw een afzet van 160 miljoen ton worden geregistreerd. Dat zou een verdrievoudiging betekenen tegenover de huidige verkoop.

Onder meer de C&A Foundation, Nike en Hennes & Mauritz (H&M) hebben hun steun aan het rapport toegezegd. (mah)