Cover image

© nasa

Science

Het gat in de ozonlaag, daar ging het toch goed mee? Blijkbaar niet

Het dichten van het gat in de ozonlaag en vooral het Akkoord van Montreal dat de cfk’s aan banden legde die het veroorzaakten, wordt gezien als een voorbeeld van hoe we, als we dat willen, wel degelijk iets kunnen doen om onze planeet te redden. Maar er is een probleem: we zijn aan het ontdekken dat we dat fameuze gat helemaal niet aan het dichten zijn momenteel. Integendeel.

Volgens Het nieuwe onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Atmospheric Chemistry and Physics, is het gat van de ozonlaag groter aan het worden. Aanvankelijk dachten we dat we het aan het dichten waren, maar nu blijkt dat het dunner wordt in de lagere stratosfeer boven de niet-polaire gebieden. Dat komt omdat nieuwe stoffen die onze ozon schaden, massaal in onze atmosfeer komen. Die stoffen, gechloreerde fluorkoolwaterstoffen, worden vooral gebruikt in koelsystemen, piepschuim en industriële schoonmaakmiddelen. De ozonlaag dreigt zelfs volledig afgebroken te worden.

Ozonlaag wordt steeds dunner

Met een “gat” bedoelen we dus dat de ozonlaag alleen maar dunner wordt om daarna zichzelf opnieuw te herstellen, een seizoensgebonden fenomeen. Maar de onderzoekers hebben iets zorgwekkend ontdekt: in de jaren zeventig werd de ozonlaag elke lente dunner en de gevolgen zijn vooral merkbaar in Antarctica, Australië, delen van Zuid-Amerika en Afrika: schadelijke ultraviolette straling komt vrij. Dat leidt tot onder andere huidkankers, oogziektes, verwoesting van gewassen, aantasting van plankton, enzovoort.