Cover image

© LAJ

Economie

Arabische landen moeten hun uitgaven matigen

De Arabische landen moeten de lonen in de openbare diensten matigen en het pakket subsidies beperken. Op die manier moeten de landen hun openbare bestedingen kunnen terugschroeven, een duurzame economische groei realiseren en nieuwe banen creëren.

Dat heeft Christine Lagarde, directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) tijdens het Arab Fiscal Forum in Dubai gezegd. Lagarde benadrukte dat sommige Arabische landen al tot een aantal veelbelovende hervormingen hebben beslist, maar er moeten volgens haar meer inspanningen worden gedaan om uitdagende economische en sociale problemen te kunnen afweren.

Olieprijzen

“De lage olieprijzen van de voorbije jaren hebben een zware impact gehad op de financiële reserves van de Arabische petroleum-exporteurs,” aldus Christine Lagarde. “Importeurs van olie daarentegen moeten afrekenen met oplopende schulden, werkloosheid, conflicten, terrorisme en de instroom van vluchtelingen.”

Nagenoeg alle Arabische landen hebben de voorbije jaren budgettekorten moeten melden. De Arabische economieën kenden het voorbije jaar een gemiddelde groei van amper 1;9 procent. Dat is slechts de helft van de gemiddelde uitbreiding die de wereldeconomie tijdens diezelfde periode liet optekenen.

Ondanks die budgettaire druk blijven de openbare bestedingen in de Arabische regio bijzonder hoog. “Dat geldt vooral voor de olierijke Golfstaten, waar de uitgaven van de overheid meer dan 55 procent van het bruto binnenlandse product vertegenwoordigen,” benadrukte Christine Lagarde.

“Veel Arabische regeringen hebben weliswaar maatregelen genomen om de uitgaven te beperken, maar meestal waren die ingrepen slechts van tijdelijke aard. Hervormingen moeten er vooral voor zorgen dat de loonlast van de overheid beperkt blijft en de dure subsidie-politiek wordt gelimiteerd. In de gezondheidszorg, het onderwijs en de openbare investeringen moet bovendien een groter grotere efficiëntie worden nagestreefd."

"Er is geen enkele reden waarom de dure energiesubsidies zouden moeten worden verder gezet," beklemtoonde Lagarde nog. "Die tussenkomsten eisten bij de petroleum-exporterende landen gemiddeld 4,5 procent van het bruto binnenlands product op. Bij de importerende landen bedraagt dat aandeel ook nog 3 procent."

Jeugdwerkloosheid

De zes leden van de Gulf Cooperation Council en vele andere Arabische landen hebben de voorbije jaren de energie-subsidies teruggeschroefd, maar de kostprijs van dat beleid blijft bijzonder hoog. Volgens Abdulrahman al-Hamidy, voorzitter van het Arabian Monetary Fund (AMF), vertegenwoordigden de Arabische energie-subsidies drie jaar geleden nog een waarde van 117 miljard dollar. Dat bedrag is volgens hem vorig jaar echter al tot 98 miljard dollar teruggevallen.

Christine Lagarde benadrukte nog dat een snellere economische groei en ingrijpende hervormingen noodzakelijk zijn om arbeidsplaatsen te creëren voor jonge Arabieren. "De Arabische regio kent de hoogste jeugdwerkloosheid van de hele wereld," aldus de topvrouw van de internationale financiële regulator. "Gemiddeld is er sprake van een jeugdwerkloosheid van 25 procent. In negen landen loopt dat cijfer echter op tot meer dan 30 procent."

Lagarde voegde eraan toe dat de volgende vijf jaar 27 miljoen jongeren de Arabische arbeidsmarkt zullen vervoegen.

Abdulrahman Al-Hamidy benadrukte nog dat de Arabische economieën een jaarlijkse groei tussen 5 procent en 6 procent zullen moeten realiseren om de noodzakelijke arbeidsplaatsen te kunnen blijven creëren. Hij wees er nog op dat de Arabische wereld ongeveer 400 miljoen inwoners telt. De helft van die populatie is jonger dan vijfentwintig jaar.