Cover image

© VRT

Economie

Coucke's 'Amerikaanse toestanden' zijn er geen

Het Amerikaanse Perrigo eist 1,9 miljard euro van Marc Coucke en het investeringsbedrijf Waterland. De claim heeft betrekking op de verkoop in 2014 van het farmabedrijf Omega Pharma aan Perrigo. Deze laatste vindt dat Coucke en Waterland de financiën van Omega hebben opgeleukt. Dat zou zijn gebeurd door de omzet kunstmatig op te blazen en de schuldenpositie te sturen.

Coucke zelf reageert vrij laconiek op de claim. In 2 korte Twitterberichten laat hij weten dat het om ‘Amerikaanse toestanden in België gaat’ en dat ‘het contract volgens Belgisch recht is’. ‘Verdediging/tegenclaim worden minutieus uitgewerkt’, tweet de West-Vlaming en  ook dat ‘hij alle vertrouwen in de uitkomst heeft.’

"Dat hoort er blijkbaar bij in Amerika", zei Coucke ook in 2016 al over de kwestie in het VRT-programma  "Van Gils & Gasten". Wat Coucke exact onder ‘Amerikaanse toestanden’ en ‘wat er in Amerika blijkbaar bijhoort’ verstaat, maakt hij niet echt duidelijk. Een goedkope oneliner, zeg maar, van een verstandig man die vaak een vraag beantwoordt door er twee te stellen. Verondersteld mag worden dat hij het over de ‘compensatiecultuur’ heeft, die in de Verenigde Staten welig zou tieren.

Compensatiecultuur is een mythe

Dat zo’n compensatiecultuur zou bestaan is weinig meer dan een mythe. Amerika is een enorm land waar af en toe een gerechtelijke uitspraak wordt gedaan die de wereldpers haalt. Zoals een vrouw die [20 jaar geleden ondertussen] 20.000 dollar eiste van McDonald’s omdat ze zich verbrand had aan een kopje koffie en van de rechter 3 miljoen dollar kreeg toegewezen. Wat de krant niet haalde is dat ze in beroep met een fractie van dat bedrag vrede moest nemen.

Of een man die bij fastfoodketen Subway een gekarteld mes van zo’n 15 centimeter lang in zijn broodje aantrof. Hij eiste 1 miljoen dollar van Subway, maar moest vier jaar na het incident genoegen nemen met 20.000 dollar.

Dat soort totaal uitzonderlijke verhalen gaat dan een eigen leven leiden, waaruit in de rest van de wereld wordt afgeleid dat Amerikanen continu in de weer zijn met het aanklagen van Jan en alleman - en specifiek bedrijven - gewoon voor het plezier ervan.

Als we dezelfde normen zouden hanteren als de media moeten we straks het ganse Belgische rechtsapparaat evalueren aan de hand van een advocaat die de vrijspraak van een terrorist eist vanwege een taalfout. 

© David McNew/Getty Images

De verschillen opsommen tussen het Amerikaanse en Europese rechtssysteem is onbegonnen werk, want ze zijn groot. Toch is enige duiding in verband met die zogenaamde ‘compensatiecultuur’ welkom.

Europa leidt het klassement van landen met meeste rechtszaken

Uit onderzoek van het verzekeringsbedrijf Clements blijkt dat de VS inderdaad een groot aantal advocaten tellen: 1 voor elke 300 inwoners. Vergelijk dat met het Verenigd Koninkrijk: 1 voor elke 401 inwoners of Duitsland: 1 voor elke 593 inwoners. In België zou het om 1 per 666 inwoners gaan. ('België heeft verontrustend veel advocaten', kopte De Standaard in 2015. Dat we verontrustend veel loodgieters zouden hebben, lees je nooit.)

Maar veel advocaten betekent niet noodzakelijk veel rechtszaken. In het boek  “Exploring Global Landscapes of Litigation,” schreef Christian Wollschlager dat het wel degelijk de Europese staten zijn die het klassement aanvoeren van landen waar de meeste rechtszaken worden ingeleid. Zo heeft Duitsland liefst 123 rechtszaken per 1.000 inwoners, dan volgt Zweden met 111 per 1.000,  Israël met 96 per 1.000 en Oostenrijk 95 per 1.000. De VS volgen pas op een vijfde plaats met 75 rechtszaken per 1.000 inwoners.

Amerikanen spannen geen uitzonderlijk hoog aantal rechtszaken aan

Dat er in Amerika een compensatiecultuur heerst is dus sterk overdreven. Een stelling die hard wordt gemaakt door de professoren Mark Ramseyer van de Harvard Law School en Eric B. Rasmusen van de Indiana University's Kelley School of Business, in een studie (2010) waarin ze de kosten van rechtszaken vergeleken:

 "Amerikanen spannen geen uitzonderlijk hoog aantal rechtszaken aan. Ze hebben evenmin een uitzonderlijk hoog aantal rechters of advocaten. Ze betalen ook niet meer om het recht af te dwingen dan dat in vergelijkbare landen het geval is. Ook betalen ze zich niet blauw aan verzekeringen om mogelijke rechtszaken te vermijden. Inderdaad, de gerechtelijke aanpak in het land is alles behalve uitzonderlijk”, besluiten beide academici.

“Maar af en toe zijn er wel degelijk vonnissen waarin mensen of groepen mensen een onwaarschijnlijke schadevergoeding krijgen toegewezen en het is dit soort zaken die het land met zijn weinig benijdbare  reputatie opzadelt. Deze zaken mogen dan al geheel uitzonderlijk zijn, de dreiging ervan maakt dat bedrijven een mechanisme van onproductieve en bemoeizieke maatregelen in gang hebben gezet om zich er tegen te beschermen.”

© Elijah Nouvelage/Getty Images

Amerikaanse toestanden: het Out of Court Settlement

Dat nu ook Perrigo het volledige fortuin van Marc Coucke opeist, is waarschijnlijk weinig meer dan een tactisch manoeuvre, waarbij hoog wordt ingezet om zo veel mogelijk binnen te halen. Vermits de einduitspraak nog minstens drie jaar op zich laat wachten, geeft dat beide partijen meer dan tijd genoeg om tot een compromis te komen. Coucke moet misschien hopen dat het uiteindelijk tot “Amerikaanse toestanden” komt. Want in de VS komen bedrijven in 90 tot 95% van de geschillen tot een onderlinge overeenkomst (of Out of Court Settlement) vooraleer de rechter tot een uitspraak komt. Zoals Uber en Waymo vorige week nog bewezen.