Cover image

© EPA/Alessandro Di Marco

Economie

Baas New York Times: "Algoritme schadelijk voor democratie"

Er moet grote vragen worden gesteld bij techbedrijven die sterk op algoritmes willen rekenen om frauduleuze of misleidende nieuwsverhalen te identificeren. Dat heeft Mark Thompson, chief executive van de Amerikaanse krant The New York Times, gezegd op een colloquium van het Tow Centre for Digital Journalism van de Columbia University.

Thompson erkende dat burgers inderdaad niet altijd op een rationele basis de geldigheid van de nieuwsbron bepalen en inderdaad de verspreiding van nepnieuws kunnen bevorderen, maar het is volgens hem zeker niet opportuun om die verantwoordelijkheid dan maar aan een computeralgoritme toe te wijzen.

Democratie

“Men mag de consument niet van zijn percepties over nieuwsbronnen beroven,” benadrukte Mark Thompson. “Wanneer bij de selectie van het nieuws in categorieën de verantwoordelijkheid van redacteuren en uitgevers wordt vervangen door een gecentraliseerd algoritme, zal de democratie niet gezonder worden gemaakt, maar verder worden beschadigd.”

Indien algoritmes het primaire middel moeten worden om de vermeende opkomst van desinformatie te verspreiden, zouden bedrijven zoals Google en Facebook volgens Thompson in hun inspanningen naar de grootst mogelijke transparantie moeten streven.

“Niemand weet echter op welke manier de algoritmes van de belangrijkste platformen content sorteren en promoten,” zegt Thompson nog. “Het is ook onmogelijk om de veranderingen in deze algoritmes op een betrouwbare manier te voorspellen of te beïnvloeden. De consument heeft daarvoor alleen de onvolkomen en onvolledige persoonlijke empirische waarneming ter beschikking."

"Evenmin is het gemakkelijk om de bedrijven voor de gemaakte keuzes verantwoordelijk te stellen. Wanneer nieuws met dergelijke algoritmes wordt benaderd, moet van de grote digitale platformen een volledige transparantie worden verstrekt over de algoritmische en manuele redactionele selecties.”

Gevaar

“Deze transparantie gebeurt best op een vrijwillige basis, maar desnoods moet een regelgevend kader worden gecreëerd,” aldus Thompson. “Die beslissing moet ook snel worden genomen. Elk digitaal platform dat geen volledige doorzichtigheid biedt over zijn processen van redactionele selectie, kan een duidelijk gevaar creëren wanneer de interpretatie van de redacteuren en het publiek door een gecentraliseerde algoritmische controle zou worden overgenomen.”

Hij wijst daarbij naar de voorbeelden van fouten die de algoritmes bij hun tussenkomsten al hebben laten optekenen. “De gebreken in de inzichten die Facebook over het nieuwsconcept koestert, kwamen recent nog aan de oppervlakte,” betoogde Thomson. “In zijn nieuw beleid rond politieke advertenties zou de onderneming nieuwsverhalen over politiek op dezelfde manier behandelen als politieke reclame. "

"Daardoor dreigt de waarde van de politieke verslaggeving ondermijnd te worden. Dit beleid doet de grens tussen journalistiek en militantisme vervagen. Volgens diezelfde benadering zou immers ook een krantenartikel over pornografie door de algoritmes zelf als pornografie worden bestempeld en gecatalogeerd.”

Thompson wees er daarbij op dat Facebook zelf heeft toegegeven onder gigantische publiek druk te staan om duidelijkheid te creëren rond de politieke belangenbehartiging, maar dat zijn algoritme niet in staat was het verschil te maken tussen journalistiek en militantisme.

Men kan volgens Thompson dan ook moeilijk aanvaarden dat ditzelfde algoritme binnenkort de nieuwe taak zou krijgen om de wereld te vertellen welk nieuws kan worden vertrouwd.

Facebook stelde in een reactie dat het belangrijk is gebleken om over politieke reclame een grotere transparantie te scheppen. Het bedrijf zegt dan ook verder te zullen gaan met de classificatie van politieke publiciteit. “Facebook erkent daarbij echter dat de rapportage over deze onderwerpen een ander karakter heeft dan belangenbehartiging,” aldus een woordvoerder van het bedrijf.

Lees meer