Cover image

© Getty Images

Politiek

Als populisme in goede economische tijden floreert, wat staat ons dan te wachten bij de volgende recessie?

56% van de Fransen denkt dat populistische politici even goed de democratie verdedigen als hun traditionele westerse collega’s. 20% denkt dat populisten dat nog beter doen en slechts 24% denkt het tegenovergestelde. Dat blijkt uit een peiling van Ifop in opdracht van het webmagazine Atlantico.fr. In totaal werden 1.005 Franse volwassenen ondervraagd.

Alles begon met de Brexit, gevolgd door de verkiezing van Donald Trump. Daarna waren er de anti-establishmentkandidaten Le Pen en Mélenchon, die in de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen samen meer dan 40% van de stemmen wegkaapten. In september vorig jaar maakten 90 uiterst-rechtse AfD-leden dan hun intrede in de Bundestag. Een absolute primeur in het naoorlogse Duitsland.

1 op 4 Europeanen wordt geregeerd door een populistische leider

Een kwart van de Europese burgers wordt vandaag geregeerd door een populistische leider, met populisten aan de macht in Italië, Polen, Hongarije en Tsjechië. Ook in Oostenrijk en Finland zitten ze in de regering, terwijl ze in Duitsland en Nederland de grootste oppositiepartijen vormen.

© EPA

Uit de Developed World Populism Index, samengesteld door ‘s werelds grootste hefboomfonds Bridgewater, bleek in maart 2017 dat 35% van de kiezers in rijke landen nu voor anti-establishmentpartijen stemt (landen als Turkije (Erdogan) en de Filippijnen (Duterte) niet meegerekend, Trump (VS), UKIP (VK), AfD (Duitsland), Front National (Frankrijk), Podemos (Spanje) en de Vijfsterrenbeweging (Italië) wel). Tot deze populisten worden die partijen/politici gerekend die het aanvallen van het bestaande politieke en bedrijfsestablishment als hun belangrijkste doelstelling zien.

Één groot verschil met 1939

Bij de eeuwwisseling lag dat percentage nog op 7%, terwijl het in de vorige decennia steeds opnieuw om en bij de 10% had geschommeld. Het is van de 1939 (40%) geleden dat dit percentage nog hoger lag. 

In de Financial Times laat journaliste Gillian Tett opmerken dat er vandaag één groot verschil is met 1939, toen het toenemende populisme in landen als Duitsland hand-in-hand ging met een zware economische recessie. In de Verenigde Staten is de economie ondertussen aan haar negende jaar van ononderbroken economische groei bezig (4,1% in het laatste kwartaal), terwijl ook Europa in 2017 haar beste prestatie (+ 2,5%) in 10 jaar liet optekenen.

© EPA

"Als populisme in vruchtbare economische tijden de voorkeur van zo velen wegdraagt, wat staat ons dan te wachten eens de volgende recessie zich aankondigt?", vraagt Tett zich af. Kunnen die percentages dan nog hoger, of is het fout te veronderstellen dat populisme enkel met de economie te maken heeft?

Wat is de waarde van economische groei, wanneer die automatisch de ongelijkheid vergroot?

Uiteraard is het fout om het succes van populisme tot het bruto binnenlands product te herleiden. Toenemende inkomensongelijkheid speelt zeker een rol. De Deense Saxo Bank citeert vandaag uit een studie van de Deutsche Bank, waarin wordt gesteld dat 10% van de rijkste Amerikaanse gezinnen 75% van alle rijkdom bezit, terwijl de 0,1% rijkste gezinnen even veel bezit als de 90% minst rijke gezinnen. En wat is de waarde van een systeem, waarbij elke economische  groei systematisch tot een grotere ongelijkheid in de samenleving leidt? [Amazonbaas Jeff Bezos verdient op 9 seconden wat zijn werknemers op een jaar verdienen. De man moet nu dagelijks 28 miljoen dollar uitgeven indien hij niet nog rijker wil worden dan hij al is.]

© Getty Images

Disruptie: na transport, retail, financiën,... nu ook de politiek

Dan is er het internet, dat niet enkel de meeste economische sectoren op hun kop heeft gezet (van retail tot transport en financiën), maar nu ook voor disruptie in de politiek zorgt. Het internet heeft een nieuwe generatie consumenten - lees: kiezers - gecreëerd die hun informatie voornamelijk binnen de echo-kamer van de eigen stam halen en het mikpunt zijn geworden van op maat gemaakte advertenties en politieke propaganda.

Waar zal dit alles eindigen?

Volgens Tett heeft de populistische golf nog niet gepiekt. De Bridgewaterstudie is ondertussen 18 maanden oud en houdt bijvoorbeeld geen rekening met de M5S/Lega-regering, die sinds kort Italië bestuurt, noch met de toegenomen populariteit van de AfD in Duitsland. Ook weten we nog niet wat de tussentijdse verkiezingen in november voor de VS zullen betekenen.

Tett: “De cruciale vraag is dus waar dit alles zal eindigen? In 1939 was het antwoord oorlog. Vandaag worden we - voorlopig nog - enkel bedreigd door handelsoorlogen. Maar kunnen deze handelsoorlogen uitgroeien tot valuta- en kapitaaloorlogen? Of zullen onze leiders - en kiezers - van de geschiedenis leren en trachten een herhaling te vermijden? Hopelijk is het antwoord op deze laatste vraag een volmondig ‘ja’. Toch geeft bovenstaande grafiek een ongemakkelijk gevoel. Vooral eens de globale groei zal beginnen te vertragen."