Cover image

© Marcos Luiz Photograph/ Unsplash

Lifestyle

Spreekangst? Zo pak je het aan...

Spreekangst is een hardnekkig probleem, maar gelukkig is er iets aan te doen.

Het is allicht heel herkenbaar: je bent gevraagd als spreker, maar wanneer het zover is, heb je een droge mond, ben je aan het beven en zweten, heb je een hol gevoel in je maag en bibberen je benen. 

Plankenkoorts!

Eerst en vooral: het perfect normaal om zenuwen te hebben voor een presentatie. Aanvaard dat je stress hebt, geen enkele grote spreker doet het zonder enige vorm van zenuwen. Geef er misschien wel een andere naam aan: taakspanning.
Je gaat immers een taak uitvoeren, die ver boven het gemiddelde ligt van wat je dagelijkse activiteiten zijn. Je moet dus op een hoger niveau presteren. Je geest en lichaam zullen dus wat extra energie nodig hebben. Daar zorgt die taakspanning voor.


“Fight or flight”

Maar laten we even gaan kijken wat er precies gebeurt in je lichaam op het moment dat je het woord moet nemen. Je hele systeem ervaart die situatie als bedreigend. Je ervaart dus angst. We reageren dan met een oeroude reflex: de 'fight or flight'-reflex. Als een wild dier ons aanvalt, gaan we snel lopen of we gaan er tegen vechten. Daarvoor heb je snelle reactiesnelheden nodig, meer spierkracht, een scherpere blik.... Op dat moment treedt ons brein in actie en gaan we onbewust meer adrenaline ontwikkelen, een hormoon dat ons in staat stelt om sterker en alerter te worden. 
Natuurlijk zijn geen van beide reflexen een optie: je kan niet gaan lopen en vechten doe je ook al beter niet.

Hoe kan je die stroom van adrenaline dan doorbreken? Hoe kan je ervoor zorgen dat je handen en je voeten, die teveel energie krijgen, toch weer rustig worden?

Eén heel effectieve truc is je ademhaling controleren. Probeer voor de start van je presentatie minstens drie keer diep in en uit te ademen. Het zal je stressniveau met de helft doen dalen, gegarandeerd.

En ander hulpmiddeltje situeert zich op het bewustzijnsniveau: zeg aan jezelf dat het niet nodig is om weg te lopen, om bang te zijn. Je wil die presentatie echt graag doen, je wil hier en nu aanwezig zijn.

Een derde manier om je zenuwen de baas te kunnen, is bewegen: schud als het ware de overtollige energie uit je handen, ga een eindje stappen. Je geeft met die handeling een uitweg aan het teveel aan adrenaline in je lijf.

Er is ook goed nieuws wat stress betreft: amper 10% van je zenuwen zijn ook effectief zichtbaar voor je omgeving. Beschouw het als een ijsberg, waarvan het overgrote deel onder de waterlijn zit. Zelfs al voel je je erg benauwd, het publiek heeft daar zelden iets van gemerkt. Haal jezelf dus niet onderuit door je zenuwen een te grote rol toe te bedelen.

Heb ook mededogen voor jezelf. Zelfbeoordeling is vaak nefast. Terwijl je spreekt, vermijd dan om jezelf te gaan bekritiseren. (Hoe sta ik hier nu? Ai, dat was een verspreking! Daar geeuwt iemand, help, ik ben zeker niet goed bezig!) Je brein is dan voor de helft bezig met die zelfkritiek, terwijl je je volledige brein nodig hebt om gefocust te spreken voor een publiek.

Omgeving

Onderschat in je voorbereiding het belang van de omgeving waar je spreekt niet. Kom op tijd om te zien hoe die plek eruit ziet: sta je op een podium of in een vergaderzaal? Is er een microfoon? Test die dan even uit. Hoe staan de stoelen opgesteld? Kan je daar iets aan veranderen als je de opstelling niet goed vindt?

Test vooral je eigen technisch materiaal: beamer, afstandsbediening en/of pointer, loop even door je slideshow om te zien of alles werkt. Er is niks vervelender dan bij de start van je presentatie te merken dat er iets schort aan de techniek. 
Mocht dat toch ooit gebeuren, zorg er dan best voor dat je je verhaal volledig beheerst, dat het helemaal in je hoofd èn lichaam zit. Een papieren back-up of een spiekbriefje kan geen kwaad, zolang je niet gaat aflezen.

Meer info: Inspirerend spreken voor een groep of Omgaan met spreekangst

Lees meer