Economie

Afrikaans geboortecijfer houdt het continent in armoede

Tegen het midden van deze eeuw zal de Afrikaanse Sub-Sahara 2,2 miljard inwoners tellen. Daarmee zullen in de regio op dat ogenblik drie keer meer mensen wonen dan in heel Europa. Dat blijkt uit cijfers van de Verenigde Naties, waar duidelijk wordt gemaakt dat moet worden ingegrepen om de snelle bevolkingsaangroei in de regio af te remmen.

Volgens The Economist moet daarbij een strategie met drie pijlers worden gehanteerd. Maar er wordt aan toegevoegd dat elke maatregel ook het oordeelkundig optreden van een standvastige overheid vereist, wat echter in vele landen een belangrijke uitdaging kan blijken te zijn.

Vruchtbaarheidsgraad

In het midden van de voorbije eeuw telde de Sub-Sahara slechts een bevolking van 180 miljoen mensen. Dat vormde op dat ogenblik amper één derde van de Europese populatie. Tegen het einde van deze eeuw zullen volgens de prognoses in de Sub-Sahara echter vier miljard mensen wonen.

“Deze bevolkingsaangroei weegt zwaar op de economische ontwikkeling van de regio,” aldus The Economist. “Voor elke honderd inwoners tussen de leeftijd van twintig en vijfenzestig jaar kent de regio immers 129 jongeren en ouderen. In Europa dragen honderd actieven de last voor vijfenzestig jongeren en ouderen.”

“Ook tegen het midden van deze eeuw zal de Sub-Sahara voor de ondersteuning van zijn jongere en oudere populatie nog altijd meer actieven nodig hebben dan Europa,” zegt het magazine nog. “De hoge reproductiegraad dreigt in een aantal regio’s de armoede in stand te zullen houden.”

De Amerikaanse miljardair en filantroop Bill Gates benadrukte eerder al dat het grootste aantal kinderen wordt geboren op de locaties waar hen het moeilijkst onderwijs, gezondheidszorg en andere diensten kunnen worden aangeboden. De Verenigde Naties verwachten de volgende decennia wel overal in Afrika een daling van de vruchtbaarheidsgraad, maar dat blijkt niet alle problemen te zullen oplossen.

“Gevreesd moet worden dat die trend langzamer zal gaan dan eerder het geval was in Azië en Latijns-Amerika,” zeggen de demografen. “Azië had op het einde van de voorbije eeuw twintig jaar nodig om zijn vruchtbaarheidsniveau van meer dan vijf tot minder dan drie geboortes per vrouw terug te brengen. Geraamd wordt dat de Sub-Sahara voor eenzelfde proces meer dan veertig jaar zal nodig hebben.”

“Pas tegen het midden van de jaren vijftig zou dat cijfer tot minder dan drie geboortes dalen. Ook tegen het einde van deze eeuw zal er nog altijd sprake zijn van ruim twee geboortes per vrouw. Omdat vele Afrikanen jong huwen, volgen de generaties elkaar ook sneller op.”

Beleid

“Een aantal Afrikaanse landen – zoals Nigeria en Tanzania – hebben weliswaar een sterke economische groei gekend, maar de vruchtbaarheidsgraad heeft nauwelijks een terugval gekend,” zegt The Economist. “Ook de verstedelijking heeft minder veranderingen in het gezinsleven gebracht dan vooraf was geraamd.”

Er kunnen volgens het magazine drie strategieën worden gehanteerd om een verdere snelle bevolkingsgroei af te remmen. “In de eerste plaats moeten de Afrikaanse autoriteiten gezinsplanning promoten,” aldus het magazine. “Ethiopië, Malawi, Rwanda en Kenia hebben aangetoond dat die methode resultaten oplevert.”

“Daarnaast moet ook werk gemaakt worden van een grotere scholingsgraad. Naarmate meer meisjes naar school gaan, daalt de vruchtbaarheidsgraad van een land. Onderwijs biedt immers een zekere vorm van onafhankelijk en het uitzicht op opportuniteiten die vroegere generaties niet hadden.”

“Tenslotte moet ook stabiliteit worden bekomen in de Sahel. In de Sahel woeden onafgebroken oorlogen en de regio wordt getekend door een grote armoede. De kindersterfte ligt er bijzonder hoog. Daarom streven de families vaak naar een groot aantal kinderen. Een studie zes jaar geleden in Niger toonde aan dat de gemiddelde vrouw negen een ideaal aantal kinderen noemde.”

“Al deze maatregelen vereisen echter stabiele regeringen die een standvastig beleid terzake kunnen voeren,” zegt The Economist nog. “Die vereiste dreigt echter een bijzonder zware uitdaging te zullen worden.”

Show More
Close
Close