Economie

Britse creatieve sector blijft een exclusieve kaste

In Groot-Brittannië blijft het voor personen uit de arbeidersklasse veel moeilijker om een carrière in een creatieve industrie uit te bouwen. Dat zegt een rapport van wetenschappers aan de University of Edinburgh en de University of Sheffield, gebaseerd op tewerkstellingscijfers in de Britse creatieve sector sinds het begin van de jaren tachtig van de voorbije eeuw.

De onderzoekers kwamen daarbij tot de vaststelling dat kinderen uit gezinnen met een bevoorrecht beroep – zoals artsen, advocaten of managers – een veel grotere kans maakten op een carrière in de creatieve sector dan leeftijdsgenoten uit de arbeidersklasse.

Onveranderd

“In Groot-Brittannië hebben mensen uit de arbeidersklasse steeds meer kans gehad een carrière in creatieve industrieën – zoals toneel of film – uit te bouwen,” benadrukt onderzoeksleider Orian Brook, professor creatieve economie aan de University of Sheffield.

“Velen beweren dat personen uit de huidige arbeidsklasse veel moeilijker werk in de creatieve sector vinden dan in het verleden. Daarvoor is echter geen enkel bewijs. Individuen uit de bevoorrechte bevolkingsgroepen hebben ruimschoots vier meer kans een creatieve baan te vinden dan leeftijdsgenoten uit de arbeidersklasse. Dat geldt zowel voor acteurs en muzikanten als voor kunstenaars en programmamakers.”

“Deze ongelijkheid is de voorbije decennia niet veranderd,” zegt professor Brook. “Het klopt dat personen uit de arbeidersklasse een groter aandeel in de creatieve beroepen innamen. Dat blijkt duidelijk uit de werkgelegenheidscijfers. Daarvoor is echter een heel simpele verklaring. In de jaren tachtig van de voorbije eeuw waren er nu eenmaal meer arbeiders.”

“Men kan echter niet zeggen dat zij het gemakkelijker hadden om creatieve banen te vinden dan de latere generaties. Personen uit de arbeidersklasse hebben beduidend minder kans om een baan in de creatieve sector te vinden dan collega’s uit de hoogste bevolkingsgroepen. Dat is in de loop van de tijd niet veranderd.”

Arbeidsmarkt

Britten horen vaak vertellen dat het veel moeilijker is geworden om een carrière als acteur uit te bouwen. Onder meer acteurs zoals Ian McKellen, Julie Walters, Christopher Eccleston en David Morrissey hadden zich al die zin uitgelaten. “Ons onderzoek toont dat de creatieve beroepen altijd een oververtegenwoordiging van de bevoorrechte sociale klassen hebben gekend,” beklemtonen de onderzoekers. “Er zijn weinig bewijzen over een klasseloze meritocratie te vinden.”

In de jaren vijftig van de voorbije eeuw telden de creatieve beroepen 16 procent werknemers uit de arbeidersklasse. Daarentegen kwam 12 procent van de medewerkers uit de hogere professionele categorieën. Die cijfers zijn nu respectievelijk 8 procent en 25 procent.

“De verschuivingen tonen aan waarom de oudere groepen creatieve werknemers in hun beginperiode meer collega’s uit de arbeidersklasse hadden dan bij de jongste generaties het geval is,” verduidelijkt professor Brook nog. “Dit fenomeen vindt echter zijn grond in bredere veranderingen in de samenleving.”

“De complete arbeidsmarkt heeft een gevoelige verschuiving ondergaan. Men kan niet zeggen dat het voor personen uit de arbeidersklasse nu moeilijker is geworden om een creatieve baan te vinden. Die kansen zijn de hele tijd nagenoeg hetzelfde gebleven.”

“Er is in de creatieve sector geen gouden tijdperk van een klasseloze toegang geweest,” benadrukt Orian Brook. “Cultureel werk is doorheen alle decennia altijd sociaal exclusief geweest. Onderwijs kan die ongelijkheid wel afzwakken, maar niet ongedaan maken. Een universitair uit de hogere sociale categorieën zal nog altijd twee keer zoveel kans hebben een creatieve baan te vinden dan een collega die uit de arbeidersklasse komt.”

Tags
Show More
Close
Close