Articles

De olifantencurve: hét spiekbriefje voor Davos

Zoals elk jaar publiceerde de ngo Oxfam in de aanloop van het World Economic Forum dat dinsdag in Davos van start gaat haar rapport over de ongelijkheid in de wereld

Volgens het rapport werd de wereld werd in 2017 meer dan 9 biljoen dollar (9.000.000.000.000) rijker. Van dat bedrag is liefst 82% naar de rijkste 1% van de wereld gegaan. Goed nieuws dus voor de miljardairs, wiens vermogen samen steeg met 762 miljard dollar.

Nog volgens deze Engelse ngo bezitten de 42 rijkste personen ter wereld nu even veel als de 50% armsten (3,7 miljard mensen). In 2009 waren daarvoor nog de 380 rijksten op aarde nodig geweest.

Wat gebeurt er in Davos?

Men wil dit jaar vooral ideeën zoeken om in een verdeelde wereld een gemeenschappelijke toekomst te vinden. Opgemerkt wordt dat de economische, sociale en politieke verdeeldheid van de wereld steeds verder toeneemt. Op het World Economic Forum moet naar een beter inzicht in de oorzaken van die problemen worden gestreefd. Gehoopt wordt ook aanzetten voor oplossingen te vinden.

‘Global Income Inequality by the Numbers: in History and Now’

In de studie ‘Global Income Inequality by the Numbers: in History and Now’ (PDF) publiceerde de Servisch-Amerikaanse econoom Branko Milanovic van de Wereldbank in 2012 de resultaten van zijn onderzoek naar inkomensongelijkheid en de gevolgen van de globalisering.

Bovenstaande grafiek uit dat rapport  illustreert de veranderingen in reëel inkomen tussen 1988 en 2008 (uitgedrukt in constante internationale dollars) voor de verschillende lagen in de globale maatschappij, van de armste 5% tot de rijkste.  De grafiek kreeg de naam ‘olifantenslurf’ meek vanwege zijn vorm en is gebaseerd op de Laffercurve.

In één oogopslag wordt de ganse globaliseringsbeweging duidelijk, want…

    • De grootste verliezers van de globalisering zijn de armste vijf procent van de bevolking en degenen die zich tussen het 75ste en 90ste inkomenspercentiel bevinden.

    • Die tweede groep noemt Milanovic “de globale upper-middle class” en bestaat voornamelijk uit rijken in Afrika, het voormalige communistisch blok en Latijns Amerika en ook uit inwoners van rijke landen wiens inkomen de voorbije decennia stagneerde. Het Afrikaans mediaaninkomen was in 1988 bijvoorbeeld 65% zo hoog was als de wereldmediaan. In 2008 slechts half zo hoog.

    • De globalisering was erg goed voor het armste derde van de globale bevolking (op de allerarmste vijf procent na) en tilde talloze mensen uit de armoede.

    • Het middelste derde werd veel rijker. Mensen in deze inkomensklasse zagen hun reëel inkomen jaarlijks gemiddeld drie procent pro capita stijgen.

    • De top 1% was ontegensprekelijk de grote winnaar (in 2008 was de top 1% goed voor bijna 15% van het globale inkomen, tegenover 11,5% twintig jaar tevoren) en de top 5% won ook, zij het in mindere mate.

De ‘forgotten people’

  • De positie van Europeanen en Amerikanen bleef in deze periode vrij stabiel, maar de bestudeerde periode eindigt in 2008 en de crisis in de eurozone was toen pas begonnen. Volgens Milanovic heeft de “rijke wereld” ondertussen hevig aan relatieve welvaart heeft moeten inboeten. Naast de grote verliezers als de superarmen, die naast de globale economische groei vielen werd ook de middenklasse in de rijke landen het slachtoffer van de globalisering (denk aan Trumps ‘forgotten people’, maar ook het toenemende aantal armen in de EU).
  • In 1988 was de Chinese mediaanverdiener rijker dan slechts tien procent van de wereldbevolking. Twintig jaar later was hij rijker dan ruim de helft. Iets dergelijks geldt ook (maar dan in minder spectaculaire mate) voor Indiërs, Indonesiërs en Brazilianen.
  • De globale top 1% bestaat uit ruim 60 miljoen mensen, waaronder de rijkste 12% Amerikanen (ruim 30 miljoen mensen), tussen 3 en 6% van de rijkste Britten, Japanners, Duitsers en Fransen en de rijkste 1% van de Europese crisislanden, Brazilianen, Russen en Zuid-Afrikanen.

De globalisering betekende wellicht de meest ingrijpende herschikking van de economische welvaart sinds de Industriële Revolutie,” aldus Milanovic. Volgens hem zwelt de inkomensongelijkheid ook de volgende jaren gewoon nog aan onder druk van de robotisering. Hij maakt zich vooral zorgen voor de jongeren, die het steeds moeilijker krijgen op de arbeids- en woonmarkt.

Out of the Box denken: de ‘burgerschapserfenis’

Om die ongelijkheid wat af te vlakken ziet Milanovic wel iets in een idee van zijn onlangs overleden collega-onderzoeker Tony Atkinson. Die stelde voor om

iedere 18-jarige een ‘burgerschapserfenis’ van 10.000 euro te geven, te financieren met hogere erfenisrechten, die de ongelijkheid van de wieg waarin je geboren wordt, een stukje afzwakt.

‘Bovendien zal het ook helpen een andere ongelijkheid te verminderen, die tussen de ouderen en de jongeren. Niet iedereen die sterft, is rijk, maar oudere mensen hebben bijna altijd meer vermogen dan jongeren. We zullen een beetje meer out of the box moeten gaan denken.’

Tags
Show More
Close
Close