Politiek

De Wever strooit pessimisme over het federale spel: “Unieke situatie waarbij werkelijk niets gebeurt”

Nu de samenstelling van de Vlaamse regering bekend is, en er een basis voor onderhandelingen is geleverd, wendt De Wever z’n steven naar het federale. Maar daarvoor ziet hij de toestand zeer somber in: “Sire, geef me honderd dagen, was ooit de quote. Nu gaat er na honderd dagen nog niets gebeurd zijn.”

“Bon, we zien elkaar terug tussen nu en Kerstmis. (stilte) Ik heb alleen niet gezegd van welk jaar.”

Op z’n gekende, cynische stijl neemt De Wever afscheid, in het Vlaams parlement. De N-VA-voorzitter heeft zopas de mediastilte verbroken, die hij al wekenlang aanhoudt. Als Vlaams informateur heeft hij nu met succes de coalitie samengebracht, en dus moet hij wel even met de pers praten, het ventiel even open zetten.

Lees hier alles over de voorgestelde nota van De Wever.

Jan Jambon (N-VA), de nieuwe minister-president, heeft al lang de zaal verlaten. Tactisch: hij deed een statement “hoe vereerd hij is om de nieuwe formateur te zijn”, maar verder wil de N-VA hem vooral niet verbranden. Hoe minder hij kan/moet zeggen, hoe beter dus. Jambon dus weg, en De Wever die alleen op een spervuur van vragen antwoordt.

En daaruit blijkt vooral hoe somber hij de situatie federaal inschat. Hij vertelt dat er één week na de verkiezingen een poging tot contact geweest is met de PS, maar dat dat afgewezen is. In de marge van de rondetafel bij de twee federale informateurs, Johan Vande Lanotte (sp.a) en Didier Reynders (MR) is er wel even contact geweest met Di Rupo, “maar dat was geen gesprek”.

“Je kan bezwaarlijk beweren dat er conversaties plaatsvinden”

Hij omschrijft de toestand federaal als behoorlijk doods: “Het is een soort van unieke situatie waarbij niets gebeurt. Ik waardeer de inspanningen van de twee informateurs, ik waardeer die echt. Maar je kan bezwaarlijk beweren dat er conversaties plaatsvinden die er toe doen.

“Ooit is het fameuze boek geschreven ‘Sire,’ geef me 100 dagen’”, zo refereert De Wever naar een werk van Hugo De Ridder, die Jean-Luc Dehaene (CD&V) citeerde. “Nu gaan we honderd dagen passeren zonder dat er iets gebeurd gaat zijn.

“‘Dat men ‘goeiedag’ zegt, ‘hoe gaat het met u?’, zich neerzet, en eens vraagt ‘wat denkt u ervan?’ Gewoon dat simpele gesprek, dat kan blijkbaar nog altijd niet.”, zo stelt De Wever. Tot tweemaal toe zal De Wever dat herhalen: dat een gewoon gesprek zelfs niet mogelijk is. Het zit hem duidelijk hoog, of het maakt het hem communicatief ook makkelijk: ‘de ander wil zelfs niet praten’.

“Welke conclusies kan je daaruit trekken over de bestuurbaarheid van dit land? Ik kan u alleen zeggen dat ik er het mijne van denk, dat dit geheel aansluit voor mij bij artikel 1 van onze eigen statuten”, verwijst De Wever naar z’n fameuze partijprogramma waarbij artikel 1 pleit voor de splitsing van het land. “Wij willen van daaruit streven naar het confederalisme. Ik vind het eigenlijk onbegrijpelijk dat dit idee ondertussen niet de algemene consensus is in dit land.”

“Geen partijpolitieke afspraken”

De uitspraken zijn ongebruikelijk, het enige moment ook voor De Wever om zonder beschuldiging dat hij de zaak torpedeert te riskeren, ook eens open kan praten over het federale. Dat hij met z’n keuze om de Vlaamse regering dan toch te vormen, met een Zweedse coalitie die federaal niet werkbaar is, zelf een deur dicht doet, wil hij niet gezegd hebben.

Niet toevallig tweette Elio Di Rupo (PS) al deze voormiddag dat er geen sprake van kan zijn om die Zweedse coalitie te gaan ‘depanneren’. Voor De Wever was het een kwestie van niet langer kunnen wachten. “Vlaanderen kon niet onbestuurbaar blijven. Dat is geen optie, dat kan geen optie zijn. Dat kon ik niet langer aan mezelf uitleggen. Dat is dan meestal het moment waarop je het best ook niet meer blijft doen dan.

Op de vraag hoe het nu federaal dan verder moet, en of de drie kakelverse coalitiepartners CD&V, N-VA en Open Vld zich aan elkaar hebben geklonken voor het federale, blijft De Wever vaag. Er zijn “geen partijpolitieke afspraken”, zo stelt hij.

Maar toch: “Wij hebben uiteraard gesproken over de inhoud. Je kan niet zomaar de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen optrekken zonder het federale niveau. Er zitten een heel pak drempels in de welvaartsstaat. En dat moet met een beleid dat federaal congruent loopt gebeuren. Maar die context is er helaas niet. Maar daarover zijn wel onderling gesprekken geweest.”

One down, one to go

Het zijn de momenten dat De Wever over het federale spreekt, die in groot contrast staan met de lichte euforie over het Vlaamse niveau. Want hijzelf draait nu een blad om: “Ik kan als informateur zeggen dat ik mijn taak succesvol heb afgerond.” Hij wijst er ook op dat z’n partij hem “gevraagd heeft”, “met als z’n ervaring als voorzitter”, om nu “federaal de onderhandelingen te gaan leiden”.

Het is meteen een manier om toe te lichten, uit te leggen zo u wil, dat hij geen minister-president wordt. Dat had hij nochtans wel beloofd, voor de verkiezingen. Al waren de meeste bronnen intern bij de N-VA het er van bij die aankondiging al over eens dat dat nooit echt zou gebeuren.

Maar het is duidelijk: one down, one to go voor De Wever. Alleen komt er nu een veel moeilijkere fase aan, waarbij het moeilijk in te zien valt hoe de N-VA de federale onderhandelingen kan ‘winnen’. De Wever heeft altijd voor zichzelf, en de kiezer, een keuze gezet: ofwel sociaal-economisch een rechts beleid voeren, en de PS “uitroken”, ofwel met die PS een institutionele hervorming doorvoeren. Alleen: centrumrechts heeft geen meerderheid meer, en de PS wil niet eens aan tafel komen, laat staan praten over een nieuwe Staatshervorming.

Hij verdwijnt nu weer in een zelf opgelegde mediastilte, die zal duren tot er eindelijk duidelijkheid is over die federale regering. Vandaar de gevleugelde woorden van de pessimist: “Tot Kerstmis, niet gezegd van welk jaar.”

Tags
Show More
Close
Close