Joker

Iraanse topmanager zit op zijn knieën

Iraanse topmanagers begeven zich wekelijks massaal naar het vrijdaggebed -de jumuah-, dat plaatsvindt in een grote tent op de campus van de Universiteit van Teheran. Samen met studenten en gelovigen en aangemoedigd door de geestelijke van dienst schreeuwen en zingen ze er leuzen als ‘Dood aan de VS’ en ‘Dood aan Israël’.

Toch zijn de meeste van hen hier niet aanwezig omdat ze religieuze fanatici zijn; integendeel aanwezigheid op dit wekelijks vrijdagochtendritueel is een must en kan de vergelijking doorstaan met het bijwonen van een cocktailparty, een directievergadering, tot zelfs een audiëntie bij de paus.

Iran’s topmanagers en politici hebben er alle belang bij op een goed blaadje te staan met de religieuze leiders, want niet enkel de Iraanse regering is sterk godsdienstig getint; ook de Perzische zakenwereld is dat.

Na de revolutie van 1979 werden alle private ondernemingen genationaliseerd en onder controle van een bonyad geplaatst.  Bonyads zijn stichtingen die er in theorie over moeten waken dat de opbrengsten en winsten die in de ondernemingen worden gegenereerd gelijkmatig onder alle moslims worden verdeeld. De leiders van deze stichtingen –wat bij ons een CEO zou heten- worden door de belangrijkste religieuze leider van het land -Ayatollah Ali Khamenei himself – benoemd. De bonyads controleren een derde van de Iraanse economie, moeten geen financiële cijfers publiceren, betalen geen belastingen en zijn enkel verantwoording verschuldigd aan de Ayatollah.

Het gros van de opbrengsten uit de bonyads wordt daadwerkelijk ook uitgedeeld. Niet aan alle moslims zoals oorspronkelijk was bedoeld, maar wel aan een twaalftal machtige families. Deze vorm van concurrentievermogen heeft in het land tot een inkomenskloof geleid vergelijkbaar met die in landen als Oeganda, Kenia en de VS. Volgens de zakenbank Goldman Sachs wordt het de volgende 50 jaar interessant om in Iran te investeren op voorwaarde dat de mannen en vrouwen die na de revolutie zijn geboren – de zogenaamde ayatollah boomers- erin slagen om de controle over de economie over te nemen van de vergrijzende mullahs.

In dat geval zou Teheran de concurrentie aankunnen met steden als het Indische Bangalore, dat van het outsourcingmodel leeft. Deze boomers kunnen van Iran opnieuw een Perzische tijger maken, zegt Goldman Sachs.

Maar tot nader order is de echte Perzische tijger vermoedelijk al een tijd met uitsterven bedreigd. Een lot dat deze groep talentvolle, gematigde en hooggeschoolde Iraniërs ten allen prijze wil vermijden.

Bron: Condé Nast Portfolio

Show More
Close
Close