Lifestyle

Waarom winnen Europese hoofdsteden zo weinig voetbaltitels?

Wie de lijst van de winnaars van de UEFA Champions League van naderbij bekijkt, komt tot een opmerkelijke vaststelling.

Hoe komt het dat steden als Liverpool, Marseille, Milaan, Barcelona, München en Dortmund de Champions League hebben gewonnen, terwijl 5 van de hoofdsteden (Parijs, Rome, Moskou, Berlijn en Ankara) in de 7 belangrijkste voetbalcompetities daar nooit in zijn geslaagd? De eerste Londense overwinning kwam er trouwens pas in 2012, toen het door de Russische oligarch Roman Abramovich gesponsorde FC Chelsea de Europese voetbaltitel kon binnenhalen. Madrid was tot dan de enige uitzondering die de regel bevestigt.

Volgens sporteconoom Stefan Szymanski en Financial Times journalist Simon Küper, bestaan er belangrijke verbanden tussen steden, politiek, industrie en voetbal. Dat schrijven ze in hun boek ‘Socceronomics’.

1950 – 1960: het totalitaire voetbal van de dictators

De late jaren vijftig en de jaren zestig van vorige eeuw waren die van het totalitaire voetbal. Acht van de eerste elf Europese bekers werden gewonnen door de favoriete clubs van de Spaanse of Portugese dictators – Real Madrid voor Franco en Benfica voor Salazar. [Op de foto rechts Alfredo Di Stefano, de Real-speler, die van Franco niet voor FC Barcelona mocht uitkomen.]

In totalitaire regimes – dit was ook het geval in ex-Joegoslavië en Oost-Duitsland – waren het de clubs uit de hoofdsteden die de nationale competities domineerden. 

Waarom? Dictators beschouwden de hoofdstad als het machtscentrum en waren bereid daar veel geld te investeren. Vaak grepen ze rechtstreeks bij clubs in: de clubvoorzitter van Dynamo Berlijn was Erich Mielke, die overdag de Stasi leidde – de gevreesde Oost-Duitse veiligheidspolitie. Mielke was dol op Dynamo. Scheidsrechters wisten dit en Dynamo kreeg dan ook een ongewoon groot aantal strafschoppen toegekend in de 95ste minuut.

1970 tekent het einde van de door fascisten gesteunde teams uit de hoofdstad

Maar na 1960 begon de macht van de door fascisten gesteunde teams uit hoofdsteden af te nemen. Salazar stierf in 1970; Franco vijf jaar later. Daarna werd de Europa Cup door provinciale, industriële steden gedomineerd en niet langer door hoofdsteden. Tussen 1966 en 1998 won Real trouwens geen enkele keer de Champions League.

Hoe dat komt? De auteurs nemen Manchester als voorbeeld. In 1800 was de stad nog zo onbeduidend dat ze niet eens in het Britse Parlement was vertegenwoordigd. Maar de industriële revolutie veranderde alles. Tegen 1900 was het nieuwe industriële Manchester de zesde grootste stad van Europa geworden. 

Migranten op zoek naar de sociale band die ze kwijt waren gespeeld

De origine van Man.United is Newton Heath, een club die gesticht werd door de arbeiders die er de eerste spoorweglijn aanlegden. Mensen uit het ganse land meldden zich hier om mee te werken aan dit eerste gigantische project van de industriële revolutie. Maar wat belangrijker is, is hun oorsprong. In het boek ‘Manchester United: The Biography’, schrijft Jim White dat de meeste ‘Mancunians‘ ontwortelde immigranten waren, die van heinde en ver naar Manchester trokken om er een leven op te bouwen. Die migranten wilden graag iets betekenen voor hun nieuwe stad en trokken daarom naar het voetbal, dat hen de sociale band bezorgde die ze kwijt waren geraakt nadat ze hun geboorteplek hadden verlaten. Clubs in deze industriële steden werden snel belangrijker en kregen er steeds meer fans bij.

© Getty Images

1963 – 2017: provinciale clubs winnen 41 van de 55 Europese bekers 

Provinciale en industriële steden zoals Manchester, BarcelonaTurijn, München, Dortmund, Porto en Eindhoven wonnen tussen 1963 en 2017 ruim 41 van de 55 Europese bekers. Al deze steden delen dezelfde industriële geschiedenis.  Gevestigde steden als Oxford, Cambridge, Cheltenham, Canterbury en York hadden minder nood aan sociale smeerolie en hebben vandaag zelfs geen enkele club in de Premier League.

Daar zijn de hoofdsteden… met dank aan vreemd geld

Toch lijkt de opkomst van de grote hoofdsteden niet langer tegen te houden. Het Londense FC Chelsea kan rekenen op de miljoenen van Roman Abramovich, terwijl Paris Saint-Germain aanspraak kan maken op onbeperkte Qatarese fondsen.

Oligarchen en andere miljardairs investeren liefst in clubs die snel een internationaal statuut kunnen uitbouwen. Dat gaat makkelijkst vanuit een open en gastvrije hoofdstad. (Real Madrid, dat zijn status onder Franco opbouwde, is in dat verband altijd een uitzondering gebleven op deze trend). De beste provinciale teams, zoals FC Barcelona en Bayern München, blijven topteams, maar een hoofdstad zijn is niet langer de handicap die het lange tijd was.

© EPA

Show More
Close
Close